Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Salduz, een nog steeds onvoltooid verhaal...

speciaal nummer p&r

Editoriaal in speciaal nummer van Tijdschrift Politie & Recht
door Franky Goossens, Dirk Van Daele, Lore Mergaerts en Maarten Colette

Het is ondertussen al tien jaar geleden, meer bepaald op 27 november 2008, dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) zijn spraakmakende arrest Salduz versus Turkije wees. Sedert dat arrest en zeker sedert de Belgische wetgeving die (onder meer) hieruit resulteerde, zou de verhoorpraktijk in België nooit meer als voorheen zijn: tien jaar geleden betrad namelijk de advocaat de verhoorruimte.

Men kan niet stellen dat de verhoorregeling in het afgelopen decennium rustig bezit is gebleven. De eerste zogenaamde ‘Salduzwet’ van 13 augustus 2011 (1) werd immers al vrij snel (2) gewijzigd ten gevolge van het Valentijnsarrest van 14 februari 2013 van het Grondwettelijk Hof (3). Daarna moest de Salduzwet zelfs helemaal plaats ruimen voor de zogenaamde ‘Salduzpluswet’ van 21 november 2016 betreffende bepaalde rechten van personen die worden verhoord (4): aan de basis hiervan lag ditmaal niet Straatsburgse rechtspraak maar wel wetgeving op het niveau van de Europese Unie, in het bijzonder in de vorm van de zogenaamde ‘EU-Salduzrichtlijn’ (5). Deze wijzigingen gingen gepaard met een grondige aanpassing van de bij die wetgeving horende uitvoeringsregelgeving (6) enerzijds en de omzendbrieven van het College van procureurs-generaal bij de hoven van beroep (COL’s) (7) anderzijds. Zeer recent werd aldus de voor de politie- en justitiepraktijk bijzonder belangrijke COL 8/2011 (8) aangepast aan het arrest van het Grondwettelijk Hof van 5 juli 2018 dat in extenso besproken werd in het vorige nummer van Politie & Recht (9). Met betrekking tot minderjarigen werd op 16 augustus 2018 de COL 11/2018 (10) gewijzigd.

Deze stroom aan wet- en regelgevende initiatieven, die zich overigens blijft voltrekken tot op de dag van vandaag, toont aan dat het Salduzverhaal nog niet is voltooid. En dat zal het de volgende jaren ook nog niet zijn: nu de Europese Unie het verhoor in strafzaken ontdekt heeft als een thematiek waarin ze een rol wil en kan spelen, dienen de initiatieven uit die hoek – die ongetwijfeld zullen komen – in de gaten te worden gehouden. Hetzelfde geldt voor de Straatsburgse rechtspraak die continu verder verfijnd wordt, wat met name moge blijken uit het verder in dit nummer afgedrukte arrest Ibrahim et al. versus Verenigd Koninkrijk van 13 september 2016. Ook de Belgische rechtspraak vult begrippen en bepalingen uit de betrokken regelingen verder in. Daarnaast valt af te wachten welke conclusies er naar voor zullen komen uit de evaluatie die de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid doorvoerde met betrekking tot de Salduzpluswet en welke impact een en ander in voorkomend geval op de Belgische regeling zal hebben. In het licht van de belangrijke plaats die het verhoor in strafzaken nog steeds inneemt in de politiepraktijk (11), lag de keuze voor het eerste themanummer van Politie & Recht voor de hand. In het voorliggende themanummer wordt aldus beoogd, zowel in de doctrinestukken als in de geselecteerde en veelal geannoteerde rechtspraak, om gepaste juridische duiding te geven bij de huidige Belgische Salduzplusregeling. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan twee ‘hot issues’, met name de omschrijving van het begrip ‘verhoor’ enerzijds en de invulling van de notie ‘kwetsbare verdachte’ anderzijds. Hiermee wordt volop recht gedaan aan wat Politie & Recht beoogt te zijn: een voor het beleid en de politie- en justitiepraktijk actueel, nuttig tijdschriftover politierechtelijke onderwerpen die ‘er toe doen’ (12).

Leuven, 1 november 2018

(1) Voluit: Wet van 13 augustus 2011 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om
aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en
door hem te worden bijgestaan, BS 5 september 2011.
(2) Met name door de wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, BS 14 mei 2014.
(3) Zie ter zake in extenso: H. BERKMOES, “De Salduzwet struikelend over de tweede horde: het Valentijnsarrest van het Grondwettelijk Hof (GwH 14 februari
2013, nr. 7/2013)”, Vigiles 2013, 18-35.
(4) BS 24 november 2016.
(5) Voluit: Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures
en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming
en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb.L. 6 november 2013, afl. 294/1-294/12.
(6) Het koninklijk besluit van 16 december 2011 tot uitvoering van artikel 47bis, § 4, van het Wetboek van Strafvordering (BS 23 december 2011) werd vervangen
door het koninklijk besluit van 23 november 2016 tot uitvoering van artikel 47bis, § 5, van het Wetboek van Strafvordering (BS 25 november 2016)
(zie ook: KB 23 november 2017 tot vervanging van de bijlagen bij het koninklijk besluit van 23 november 2016 tot uitvoering van artikel 47bis, § 5, van het
Wetboek van Strafvordering (BS 29 november 2017)).
(7) Zie ter zake de website van het Openbaar Ministerie (www.om-mp.be).
(8) Omzendbrief COL 8/2011 18 oktober 2018 – Richtlijn inzake het recht op toegang tot een advocaat, www.om-mp.be.
(9) GwH 5 juli 2018, P&R 2018, 122-123, noot J. HUYSMANS (“De sanctionering van de vormvereisten voor een bevel tot aanhouding”).
(10) Omzendbrief COL 11/2018 16 augustus 2018 – Addendum 2 aan de omzendbrief COL 8/2011 betreffende de organisatie van recht op toegang tot een
advocaat – Situatie van de minderjarigen en de personen die ervan verdacht worden vóór de leeftijd van 18 jaar een als misdrijf omschreven feit gepleegd
te hebben, www.om-mp.be.
(11) Zie in die zin: M. BOCKSTAELE, “Processen-verbaal en verhoren in de Wet Franchimont”, Panopticon 1999, (340) 340; J. NAEYÉ, Heterdaad. Politiebevoegdheden
bij ontdekking op heterdaad in theorie en praktijk, Arnhem, Gouda Quint, 1989, 231 (waar NAEYÉ het verhoor “de spil van het strafproces” noemt).
(12) Zie: D. VAN DAELE en F. GOOSSENS, “Omdat het politierecht complex is... ”, P&R 2018, 3.

Wilt u het volledige speciaal nummer lezen?

» Abonneer u hier op Politie & Recht

Politie en Recht


Lees ook

Ontdek ook

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief