Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Taalgebruik bij juristen: juridisch en niet-juridisch communiceren

Het is een basiseigenschap van de mens om de werkelijkheid te begrijpen en te definiëren vanuit het eigen perspectief. En wat u om u heen ziet en hoe u dat benoemt, hangt af de concepten en de begrippen die u in uw arsenaal hebt. Klinkt dat wat filosofisch? Misschien. Het geldt in elk geval ook voor juristen: een opleiding in de rechten brengt zowel een manier van denken als een manier van spreken met zich mee. Nochtans kan het ook voor juristen bijzonder nuttig zijn om iets te kunnen begrijpen en invullen vanuit een juridisch én vanuit een niet-juridisch perspectief.

Overtuigingskracht over het vakperspectief heen

Waar het om draait, is de kunst om u bewust te worden van de bril die u opzet. Eens u dat onder de knie hebt, kan u ook proberen eens een andere bril op te zetten, ofwel: een alternatief perspectief hanteren of een probleem vanuit een ander denkkader analyseren.

De beste juristen zetten bij de analyse van een zaak eerst een stap terug en vragen zich af hoe ze de zaak als geheel willen aanpakken, zonder het probleem meteen in een juridisch hokje te willen opsluiten.

 

Belang van begrip voor het publiek: niet iedereen is jurist

Maar dat verplaatsen in een ander perspectief is niet alleen nuttig om tot nieuwe inzichten te komen. Soms is het ook noodzakelijk om vorm te geven aan communicatie, meer specifiek communicatie met niet-juristen.

Juristen zijn geschoold om in een juridisch vocabularium te denken en te spreken, maar vergeten daarbij al te vaak dat hun publiek niet altijd uit andere juristen bestaat. Als termen als gezag van gewijsde, derdenbeding, tontine, executoriale titel, legaliteitsbeginsel, de gelaedeerde,… in het rond vliegen, dan haken leken al snel af.

Nochtans vereist doeltreffende communicatie en overtuigingskracht een zekere inleving in het publiek. Het is namelijk het publiek, en niet de spreker zelf, dat geïnformeerd en overtuigd moet worden. De focus moet gericht zijn op de (leef)wereld van het publiek.

 

Spreek zoals uw publiek spreekt

“You persuade a man only in so far as you can talk his language by speech, gesture, tonality, order, image, attitude, idea, identifying your ways with his.” (Kenneth Burke, retoricus)

De hamvraag is: uw communicatie afstemmen op uw publiek, hoe doet u dat in de praktijk?
Begin met uzelf de volgende vragen te stellen. Tot wie spreekt u? Wat is uw relatie met het publiek? Wat wilt u bereiken met uw uiteenzetting? Wat is de voorkennis van het publiek? Welke vragen leven bij het publiek?

Het is cruciaal om na te gaan in welke termen en vanuit welke perceptie het publiek over het onderwerp spreekt. Welke woorden gebruikt het publiek? Welke toon zou het publiek aanslaan? Wat zou het publiek een passende benadering vinden door u als spreker? Als u al eens een pijnlijke stilte hebt meegemaakt na het vertellen van een mop, dan beseft u het belang van de context en een gepaste tone of voice bij uw betoog.

Nog voor u ook maar één letter op papier zet om de inhoud van uw boodschap te bepalen, is het van belang om bij die vragen stil te staan.



Lees ook

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief