Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Moeten Belgische publieke zeehavens weldra vennootschapsbelasting betalen?

De Europese Commissie heeft op 8 juli 2016 aangekondigd een grondig onderzoek te openen naar de vrijstelling van vennootschapsbelasting ten gunste van de Belgische (en Franse) havens. Volgens de bevoegde commissaris Margrethe Vestager spelen havens een cruciale rol in de economie van de EU en mogen belastingvrijstellingen de concurrentie niet verstoren door een oneerlijk voordeel te verschaffen aan bepaalde havens ten koste van andere havens in Europa. Eerder dit jaar had zij al een negatief besluit genomen ten aanzien van de temporaire vrijstelling van vennootschapsbelasting ten voordele van zes Nederlandse publieke havens.

Het feit dat in andere landen een gelijkaardige belastingvrijstelling bestaat, is geen excuus om de Europese regels te overtreden. Een werkelijk Europees level playing field is op het vlak van de directeKristel Rossignol geeft raad belastingen trouwens ‘wishful thinking’ bij gebrek aan harmonisatie. De fiscale spelregels (bv. tarieven van de vennootschapsbelasting) kunnen in iedere lidstaat dan wel verschillend zijn, ze moeten in principe voor alle marktdeelnemers gelden. Selectieve belastingvoordelen zijn dus verboden.

Zeehavens verrichten naast hun publieke taken, zoals veiligheid, toezicht en verkeersleiding ook meer en meer commerciële activiteiten. Enkel deze laatste activiteiten zijn onderworpen aan het Europees staatssteuntoezicht. Om overcompensatie of kruissubsidiëring tegen te gaan, is toegelaten steun voor zogenaamde ‘diensten van algemeen economisch belang’ (DAEB’s) bovendien strikt gereglementeerd. Onvoorwaardelijke en onbeperkte fiscale vrijstellingen ten voordele van publieke rechtspersonen zijn om die reden niet verenigbaar met de interne markt. Een aantal Belgische zeehavens en binnenhavens, bv. de havens van Antwerpen, Brugge, Gent en Brussel, worden op grond van artikel 180, 2° WIB 92 immers automatisch zonder enig onderzoek of voorwaarde van de vennootschapsbelasting uitgesloten en aan de ‘gunstigere’ rechtspersonenbelasting onderworpen.

De Commissie lijkt vooralsnog de mening toegedaan dat het hier om bestaande niet-terugvorderbare steun gaat. Voor de toekomst staat er daarentegen wel degelijk heel wat op het spel! Hoog tijd dus voor de wetgever om artikel 180 WIB 92 volledig op te heffen en eindelijk werk te maken van een diepgaandere hervorming van het fiscaal regime van overheden en andere publieke entiteiten, zoals dit het geval is voor de vennootschapsbelasting in zijn geheel.

Daarbij dient vanzelfsprekend bijzondere aandacht te worden besteed aan de publieke taak. Een gelijk fiscaal speelveld creëren tussen de privésector en de overheidsector wanneer zij op eenzelfde markt actief zijn, staat nochtans op het ‘to do’-lijstje van deze huidige regering. Nieuwe procedures of veroordelingen kunnen daardoor misschien vermeden worden…

Auteur: Prof. dr. K. Rossignol

Meer weten over deze thematiek?

Kristel Rossignol beantwoordt in het boek ‘De (on)belastbaarheid van de overheid’ de vele vragen die opduiken rond dit onderwerp:

  • Welke implicaties heeft dit op het fiscale regime van haar takenpakket?
  • Hoe zit het met de fiscale concurrentie tussen de publieke en de private sector?
  • Zijn er uitzonderingen op bepaalde belastingen? En zijn die verzoenbaar met de algemene (Europese) belastingprincipes?
  • Kunnen overheden elkaar belasten?
  • Hoe regelen andere landen hun belastingplichtigheid?

Ontdek "De (on)belastbaarheid van de overheid"


Lees ook

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief