Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

De vrederechter en de handelshuur - Nieuwe horizonten

Op voorraad
133 p.
2014
Boek
Editor(s): Kristof Vanhove en Aloïs Van Oevelen
Auteur(s): Blockx Frédéric, Maarten Dambre, Duchesne Fabienne, Fourie Chris, Schenk Gunther, Aloïs Van Oevelen, Vanhove Kristof

Het handelshuurrecht is in beweging. Getuige daarvan de vele recente rechtspraak van onze hoogste rechtscolleges.  Dit boek wil de rechtspraktijk alvast een leidraad bieden waarmee deze met vier ‘ankerpunten’ van de Handelshuurwet kan worden geconfronteerd en ‘nieuwe horizonten’ aanreiken.

In de eerste bijdrage analyseert Dr. Frederic Blockx grondig het toepassingsgebied van de Handelshuurwet, met bijzondere aandacht voor de problematiek van de winkel-in-winkel.

In een tweede bijdrage neemt Dr. Kristof Vanhove de duur en hernieuwing van de handelshuurovereenkomsten onder de loep.

Prof. dr. Maarten Dambre ontleedt vervolgens de huurprijsbepaling en huurprijsherziening.

De heer Gunther Schenk onderzoekt ten slotte minutieus de implicaties van vennootschappen als huurder/verhuurder in het licht van de bepalingen van de Handelshuurwet.

Per onderwerp krijgt u een grondige stand van zaken, met ruime aandacht voor de recente rechtspraak. Daarnaast brengen de auteurs de praktische knelpunten in kaart en trachten hierop een antwoord te formuleren.



ISBN 9789048614233 - Bestelcode 202142302
De vrederechter en de handelshuur - Nieuwe horizonten
€ 45,00

Het handelshuurrecht is in beweging. Getuige daarvan de vele recente rechtspraak van onze hoogste rechtscolleges.  Dit boek wil de rechtspraktijk alvast een leidraad bieden waarmee deze met vier ‘ankerpunten’ van de Handelshuurwet kan worden geconfronteerd en ‘nieuwe horizonten’ aanreiken.

In de eerste bijdrage analyseert Dr. Frederic Blockx grondig het toepassingsgebied van de Handelshuurwet, met bijzondere aandacht voor de problematiek van de winkel-in-winkel.

In een tweede bijdrage neemt Dr. Kristof Vanhove de duur en hernieuwing van de handelshuurovereenkomsten onder de loep.

Prof. dr. Maarten Dambre ontleedt vervolgens de huurprijsbepaling en huurprijsherziening.

De heer Gunther Schenk onderzoekt ten slotte minutieus de implicaties van vennootschappen als huurder/verhuurder in het licht van de bepalingen van de Handelshuurwet.

Per onderwerp krijgt u een grondige stand van zaken, met ruime aandacht voor de recente rechtspraak. Daarnaast brengen de auteurs de praktische knelpunten in kaart en trachten hierop een antwoord te formuleren.




Inhoudstafel

INHOUD

WOORD VOORAF

HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DE HANDELSHUURWET: CAPITA ACTUALIA SELECTA
Frederic Blockx
I. De wet

II. Procedurele aspecten: de materiële bevoegdheid
A. In eerste aanleg
B. In hoger beroep

III. Voorwaarden
A. Het bestaan van een huurovereenkomst
B. Met betrekking tot een onroerend goed
C. Kleinhandel of ambacht
D. Rechtstreeks contact met het publiek
E. Conventionele toepasselijkheid

IV. Uitgesloten overeenkomsten
A. Wettelijke uitsluitingsgronden
B. Conventionele uitsluiting?

V. Het cliënteel als criterium

VASTSTELLING VAN DE HANDELSHUURPRIJS EN HUURPRIJSHERZIENING
Maarten Dambre
I. De handelshuurprijs
A. Essentieel en constitutief bestanddeel van de huurovereenkomst
B. Progressieve huurprijsregeling
C. Ernstige huurprijs als tegenprestatie
D. Bepaalde of bepaalbare huurprijs
E. Huurprijs in geld of in natura
F. Drempelgeld of sleutelgeld

II. Contractvrijheid bij de bepaling van de huurprijs
A. Basishuurprijs
B. Aanpassing door indexering van de basishuurprijs
C. Objectivering handelshuurprijs

III. Herziening van de huurprijs
A. Toepassing imprevisieleer
B. Principe en ratio legis
C. Termijn waarbinnen de vordering kan worden ingesteld
D. Normale huurwaarde
1. Het begrip “normale huurwaarde”
2. Referentiehuurprijs
E. Nieuwe omstandigheden
1.Begrip
2. Omstandigheden die niet in aanmerking konden worden,genomen
3. Voorbeelden
4. Onafhankelijk van het toedoen van partijen
5. Invloed op de volgende driejarige periode
F. Bewijslast
G. Beoordelingsbevoegdheid van de rechter
H. Eisbaarheid van de herziene huurprijs
I. Regeling van dwingend recht
IV. Bepaling van de huurprijs in geval van huurhernieuwing

DUUR EN HERNIEUWING VAN EEN HANDELSHUUR
Kristof Vanhove
I. Minimumduur
II. Vroegtijdige beëindiging
III. Vervreemding van het verhuurde goed
IV. Hernieuwing van de huur
A. Principe
B. Duur
C. Hernieuwingsaanvraag
D. Vroegtijdige overeenkomsten van huurhernieuwing
E. Wettelijk opvangregime (art. 14, derde lid Handelshuurwet)
1. Beginselen
2. Huurprijsherziening
F. Naar een nieuw voortzettingsmechanisme!

DE VREDERECHTER ALS GARANTIE VOOR CONTRACTSVRIJHEID INZAKE DUUR EN HERNIEUWING VAN EEN HANDELSHUUR,OF TOCH MAAR NIET?
Fabienne Duchesne

VENNOOTSCHAPPEN IN DE HANDELSHUURWET: FEITELIJKE DIASPORA BUITEN WETTELIJK KADER – PLEIDOOI VOOR EEN HERNIEUWD PARADIGMA
Gunther Schenk
I. Inleiding
II. Personen- en kapitaalvennootschappen volgens het vennootschapsrecht
III. Heersend paradigma over de indeling van vennootschappen: ruimte voor schakering en kleine barsten
Personen- en kapitaalvennootschappen …
… in het vennootschapsrecht
… en in de Handelshuurwet
IV. Concrete knelpunten in de gemene deler “handelshuur” en “vennootschappen”
A. Bij de opzegging
1. De “handelsclausule” over eenkomstig artikel 3, vijfde lid
Handelshuurwet
Huidige regeling
Knelpunten omtrent vennootschappen?
2. De opzegging door de verhuur der bij een stilzwijgende handelshuurhernieuwing
Huidige regeling
Knelpunten omtrent vennootschappen?
3. De opzegging bij de vervreemding van het gehuurde goed
Huidige regeling (beknopte weergave)
Knelpunten omtrent vennootschappen?
B. Bij de weigering van de handelshuurhernieuwing
Huidige regeling
Knelpunten omtrent vennootschappen?
V. Ten proeve van oplossing: vereenzelviging van belangen
A. Historische achtergrond: Handelshuurwet geënt op natuurlijke personen-verhuurders
B. “Vereenzelviging van belangen” en (bloed)verwanten van vennootschappen
C. “Vereenzelviging van belangen” en personenvennootschappen
D. “Vereenzelviging van belangen” als meer verfijnde “remedy” bij praktijkoplossingen van alledag
E. “Vereenzelviging van belangen” en de rechtspraak: geen revolutie, maar evolutie

Maarten Dambre promoveerde op 16 september 2008 tot doctor in de rechten met een proefschrift onder de titel "Contractvrijheid en rechtsdwang bij de bepaling van de kostprijs van de huur van onroerende goederen. Een analyse van de financiële verbintenissen van de huurder met voorstellen tot legislatieve verbetering."
 
Hij behaalde op 9 juli 1986, met grote onderscheiding, het diploma van licentiaat in de rechten aan de Universiteit Gent. Hij is vanaf 1 oktober 1986 advocaat aan de balie te Gent. Mr. Frans Baert was zijn patroon. Na de stage was hij in 1992 één van de oprichters van de advocatenassociatie Frans Baert & Vennoten CVBA.
 
Als advocaat behandelt hij voornamelijk handelsrechtelijke zaken, met inbegrip van handelscontracten (agentuur, franchising, concessie), en zaken van financieel recht en contractenrecht, hoofdzakelijk handelshuur, koop-verkoop en aanneming (bouwrecht). Hij heeft zich diepgaand in deze materie gespecialiseerd, zoals blijkt uit zijn universitaire loopbaan en zijn publicaties in deze rechtsgebieden.
 
Vanaf 1 oktober 1987 is hij verbonden als assistent aan de Universiteit Gent, eerst bij het Seminarie voor Handels- en Vennootschapsrecht, vanaf 1 oktober 1993 als praktijkassistent bij het Instituut voor Contracten- en Verzekeringsrecht en vanaf 1 oktober 2001 bij de Vakgroep Burgerlijk Recht, nu Centrum Verbintenissenrecht. Met ingang van 1 oktober 1997 werd hij bevorderd tot praktijklector. Op 16 september 2011 werd hij aangesteld als docent Bijzondere Overeenkomsten en Vastgoedrecht.
 
Als specialist ter zake was hij lid van de Bijzondere Commissie voor evaluatie van de gevolgen van de wet van 20 februari 1991 houdende wijziging en aanvulling van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake huishuur (Ministerie van Justitie) en lid van de Commissie voor evaluatie van de wet van 12 juni 1991 betreffende het consumentenkrediet (Ministerie van Economische Zaken).
 
Hij werd op 13 juni 2006 als specialist gehoord op de hoorzitting van de Commissie belast met de problemen inzake handels- en economisch recht van de Kamer van Volksvertegenwoordigers i.v.m. het wetsvoorstel doc. 51-0122/001 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, wat de intresten en schadebedingen bij contractuele wanuitvoering betreft.
 
Hij werd op 2 juli 2013uitgenodigd als spreker op de hoorzitting van de Commissie Justitie van de Senaat i.v.m. het wetsvoorstel tot oprichting van een huurgarantiefonds. In de loop van 2013-2014 nam hij deel aan de werkzaamheden van de begeleidingsgroep private verhuring (Wonen Vlaanderen) die de regionalisering van grote delen van het huurrecht ten gevolge van de zesde staatshervorming heeft voorbereid; hij was voorzitter van de werkgroepen “contractuele aspecten” en “woningkwaliteit” die de bepalingen van de woninghuurwet hebben geëvalueerd.
 
Maarten Dambre is hoofdredacteur van de geannoteerde reeks wetboeken van die Keure (Burgerlijk Wetboek, Burgerlijk Wetboek - Bijzondere wetgeving, Handelsrecht) en is lid van de kernredactie van het Tijdschrift voor Bouwrecht en Onroerend Goed (TBO). Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht, het Nieuw Juridisch Weekblad, het Tijdschrift voor de Vrederechters en het Tijdschrift Huurrecht.
 
Maarten Dambre is editor en coauteur van een boek over Handelshuur, auteur van boeken over de Huurprijs en het Consumentenkrediet en coauteur van enkele juridische handboeken op het gebied van het huurrecht (algemeen huurrecht, woninghuur en handelshuur), schreef bijdragen voor diverse juridische verzamelwerken en publiceerde in tal van juridische tijdschriften.
 
Hij hield verschillende referaten op congressen en studiedagen, o.a. over Consumentenkrediet (UCL 1991, UIA 1992 en Brussel 1996), Woninghuur (UGent 1991 en 1997 en KUL 1991 en 1997), Hypothecair krediet (Antwerpen 1992), de Grondwettelijke erkenning van het recht op huisvesting (Schoordijk Instituut KUB Tilburg 1995), de Handelsagentuurovereenkomst (Universiteit Gent 1995), de Bescherming van de consument in de kredietsector (UGent 1997), Krediet aan en schuldenlast van gezinnen (Ministerie van Justitie, opleiding voor magistraten, 1998), Woningkwaliteitsregelingen (UGent en UIA1999, balie Gent 2000), Actuele ontwikkelingen inzake algemeen huurrecht, woninghuur en handelshuur” (UGent 2003), Knelpunten contractenrecht – Huur, (KUL en KULAK 2003), de Antidiscriminatiewet en het huurrecht (UGent 2003), Actuele ontwikkelingen inzake koop-verkoop van onroerende goederen” (UGent 2005), Algemeen huurrecht (UGent 2005), Dienstenprestaties (UGent 2010), Verkoop van onroerende goederen (UGent 2011), Handelshuur (UGent 2012) en Aansprakelijkheid van aannemer en architect voor de gebrekkige uitvoering van bouwwerken (UGent 2014).

Aloïs Van Oevelen was na de voltooiing van zijn rechtenstudie (KU Leuven, 1975) eerst advocaat bij de balie te Antwerpen (1975-1977) en nadien assistent aan het departement rechten van de Universiteit Antwerpen (1977-1984), waar hij in 1984 promoveerde tot doctor in de rechten op een proefschrift over "De overheidsaansprakelijkheid voor het optreden van de rechterlijke macht" . Dit proefschrift werd bekroond met de Prijs van het Belgisch Instituut voor Bestuurswetenschappen 1985 en met de Fernand Collin-Prijs 1988.

In 1984 werd hij aan de Universiteit Antwerpen benoemd tot docent, nadien tot hoofddocent (1992) en vervolgens hoogleraar (1994) en gewoon hoogleraar (1997). Aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen doceert hij thans "Verbintenissenrecht" (tweede bachelor), "Bijzondere overeenkomsten" (derde bachelor) en "Grondige studie verbintenissen- en overeenkomstenrecht" (master).

Aan het Departement en de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen oefende hij verschillende beleidsfuncties uit, waaronder die van academisch secretaris (1984-1987), voorzitter van de curriculumcommissie (1993-1997), facultaire coördinator van de onderwijsvisitatie rechten (1995-1996), departements- en faculteitsvoorzitter (1997-2001) en co-voorzitter van het Centrum voor Beroepsvervolmaking in de Rechten (CBR) (2001-2012). Thans is hij onderzoeksleider van de onderzoeksgroep “Rechtshandhaving” (sinds 2009) en voorzitter van de examencommissie van de masteropleiding in de rechten (sinds 2006). Aan de Universiteit Antwerpen is hij voorzitter van de Werkgroep Postacademische Vorming (sinds 2005).

Hij publiceerde verschillende boeken en talrijke wetenschappelijke bijdragen over diverse onderwerpen in de domeinen van het algemeen verbintenissenrecht, het aansprakelijkheidsrecht en de bijzondere overeenkomsten.

Sinds 1994 is hij lid van de redactie van het “Rechtskundig Weekblad”. Sedert 1 september 1998 is hij hoofdredacteur.

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief