Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Het Belgisch Wetboek IPR in familiezaken

Op voorraad
2012
Boek
Auteur(s): Verhellen Jinske

Nieuws: Speciale vermelding voor proefschrift van Jinske Verhellen op uitreiking Raymond Derine prijs

Dit boek is het resultaat van het recente doctoraatsonderzoek van Jinske Verhellen. Het maakt een grondige doorlichting van de toepassing in de praktijk van het Wetboek IPR (2004) in zaken van personen- en familierecht.

De doelstellingen van de wetgever worden getoetst aan uitgebreid empirisch bronnenmateriaal: honderden rechterlijke uitspraken, een databank met 3369 adviesvragen aan het Steunpunt IPR en verschillende diepte-interviews van magistraten.

De analyse van de doelstellingen en ambities van de wetgever enerzijds en de concrete toepassingen in de praktijk anderzijds legt tal van discrepanties bloot tussen de law in the books en de law in action. Deze discrepanties blijken niet zozeer te maken te hebben met het Wetboek IPR zelf, maar eerder met de context waarbinnen het (Wetboek) IPR moet functioneren.

Verschillende contextuele factoren, zoals het migratievraagstuk en de complexiteit van het familierecht in grensoverschrijdende zaken, hebben geleid tot een verregaande instrumentalisering van het internationaal privaatrecht.

Het boek bestaat uit drie delen en zeven thematische hoofdstukken.

Deel I gaat in op drie kernbegrippen in het internationaal privaatrecht: de 'nationaliteit' en de problematiek van bipatriden, vluchtelingen en staatlozen, de 'gewone verblijfplaats' en de 'woonplaats'.

Delen II en III vertrekken van de klassieke structuur in het IPR: het conflictenrecht enerzijds en het erkenningsrecht anderzijds.

Deel II onderzoekt de toepassing van buitenlands recht in België aan de hand van de multilaterale verwijzingsregel in het domein van de afstamming en aan de hand van de rechtskeuze in echtscheidingszaken.

Deel III analyseert de erkenning in België van buitenlandse authentieke akten en rechterlijke beslissingen. Het gaat in op de algemene erkenningsregels aan de hand van buitenlandse huwelijksakten, partnerschappen, echtscheidingsvonnissen en geboorteakten na draagmoederschap, en op de specifieke erkenningsregimes voor de naam en de verstoting.

Het boek eindigt met negen aanbevelingen: vijf juridisch-technische en vier institutionele aanbevelingen.


OVER DE AUTEUR

Jinske Verhellen (Gent, 1970) is momenteel onderzoeker aan het Instituut voor Internationaal Privaatrecht van de Universiteit Gent. Voordien was ze advocaat aan de Balie van Gent en werkte ze voor het Meldpunt Discriminatie van de Stad Gent en bij het Steunpunt IPR van het Vlaams Minderhedencentrum (tegenwoordig Kruispunt Migratie-Integratie).

ISBN 9789048615643 - Bestelcode 202122200
Het Belgisch Wetboek IPR in familiezaken
€ 95,00

Nieuws: Speciale vermelding voor proefschrift van Jinske Verhellen op uitreiking Raymond Derine prijs

Dit boek is het resultaat van het recente doctoraatsonderzoek van Jinske Verhellen. Het maakt een grondige doorlichting van de toepassing in de praktijk van het Wetboek IPR (2004) in zaken van personen- en familierecht.

De doelstellingen van de wetgever worden getoetst aan uitgebreid empirisch bronnenmateriaal: honderden rechterlijke uitspraken, een databank met 3369 adviesvragen aan het Steunpunt IPR en verschillende diepte-interviews van magistraten.

De analyse van de doelstellingen en ambities van de wetgever enerzijds en de concrete toepassingen in de praktijk anderzijds legt tal van discrepanties bloot tussen de law in the books en de law in action. Deze discrepanties blijken niet zozeer te maken te hebben met het Wetboek IPR zelf, maar eerder met de context waarbinnen het (Wetboek) IPR moet functioneren.

Verschillende contextuele factoren, zoals het migratievraagstuk en de complexiteit van het familierecht in grensoverschrijdende zaken, hebben geleid tot een verregaande instrumentalisering van het internationaal privaatrecht.

Het boek bestaat uit drie delen en zeven thematische hoofdstukken.

Deel I gaat in op drie kernbegrippen in het internationaal privaatrecht: de 'nationaliteit' en de problematiek van bipatriden, vluchtelingen en staatlozen, de 'gewone verblijfplaats' en de 'woonplaats'.

Delen II en III vertrekken van de klassieke structuur in het IPR: het conflictenrecht enerzijds en het erkenningsrecht anderzijds.

Deel II onderzoekt de toepassing van buitenlands recht in België aan de hand van de multilaterale verwijzingsregel in het domein van de afstamming en aan de hand van de rechtskeuze in echtscheidingszaken.

Deel III analyseert de erkenning in België van buitenlandse authentieke akten en rechterlijke beslissingen. Het gaat in op de algemene erkenningsregels aan de hand van buitenlandse huwelijksakten, partnerschappen, echtscheidingsvonnissen en geboorteakten na draagmoederschap, en op de specifieke erkenningsregimes voor de naam en de verstoting.

Het boek eindigt met negen aanbevelingen: vijf juridisch-technische en vier institutionele aanbevelingen.


OVER DE AUTEUR

Jinske Verhellen (Gent, 1970) is momenteel onderzoeker aan het Instituut voor Internationaal Privaatrecht van de Universiteit Gent. Voordien was ze advocaat aan de Balie van Gent en werkte ze voor het Meldpunt Discriminatie van de Stad Gent en bij het Steunpunt IPR van het Vlaams Minderhedencentrum (tegenwoordig Kruispunt Migratie-Integratie).


Inhoudstafel

INLEIDING 
I. Probleemstelling 
II. Onderzoeksvragen 
III. Onderzoeksaanpak: twee onderzoeksfases 
IV. Bronnen en onderzoeksmethode 
V. Drie delen en zeven thematische hoofdstukken 

DEEL I. NATIONALITEIT, GEWONE VERBLIJFPLAATS EN WOONPLAATS 
Inleiding 
Hoofdstuk 1. Nationaliteit: bipatriden, vluchtelingen en staatlozen 
Afdeling 1. Artikel 3 Wetboek IPR: één veelomvattende bepaling 
Afdeling 2. Artikel 3 Wetboek IPR: toets aan de praktijk 
Afdeling 3. Tussenbesluit 
Hoofdstuk 2. Woonplaats en gewone verblijfplaats 
Afdeling 1. Artikel 4 Wetboek IPR: definities woonplaats en gewone verblijfplaats 
Afdeling 2. Artikel 4 Wetboek IPR: summiere toets aan de praktijk 
Afdeling 3. Tussenbesluit 

DEEL II. TOEPASSING VAN BUITENLANDS RECHT IN BELGIË 
Inleiding 
Hoofdstuk 1. Multilaterale verwijzingsregel: afstamming als illustratie 
Afdeling 1. Doelstellingen en intenties van de wetgever 
Afdeling 2. Buitenlands afstammingsrecht in de rechtspraktijk 
Afdeling 3. Tussenbesluit 
Hoofdstuk 2. Rechtskeuze: echtscheiding als illustratie 
Afdeling 1. Doelstellingen en intenties van de wetgever 
Afdeling 2. Rechtskeuze in de echtscheidingspraktijk 
Afdeling 3. Tussenbesluit 

DEEL III. ERKENNING VAN BUITENLANDSE AKTEN EN BESLISSINGEN 
Inleiding 
Hoofdstuk 1. Erkenning in België van buitenlandse akten en beslissingen: huwelijk, partnerschap, echtscheiding en draagmoederschap als illustraties 
Inleiding 
Afdeling 1. Doelstellingen en intenties van de wetgever 
Afdeling 2. Internationale rechtsharmonie 'in de mate van het mogelijke': de praktijk 
Afdeling 3. Tussenbesluit 
Hoofdstuk 2. Naam en de specifieke erkenningsregeling 
Inleiding 
Afdeling 1. Doelstellingen en intenties van de wetgever 
Afdeling 2. Toets aan de praktijk 
Afdeling 3. Tussenbesluit 
Hoofdstuk 3. Specifiek erkenningsregime voor verstotingen 
Afdeling 1. Doelstellingen en intenties van de wetgever 
Afdeling 2. Verstoting in de Belgische rechtspraktijk 
Afdeling 3. Tussenbesluit 

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 

 

Ontdek ook

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief