Dertig jaar Welzijnswet
Op 4 augustus 2026 vierde de Welzijnswet haar dertigste verjaardag. Enkele auteurs van het Handboek Welzijn op het werk. Juridische aspecten – Kelly Reyniers, Ilse Van Puyvelde, Anne Van Regenmortel en Valérie Vervliet – grepen deze gelegenheid aan om samen met Sarah Knoops stil te staan bij enkele tendensen in de verdere ontwikkeling van deze regelgeving en een aantal relevante, actuele thema’s nader te belichten. Deze nieuwe uitgave vormt alzo een mooie aanvulling en verdieping van thema’s die in voormeld handboek niet of slechts summier worden behandeld.
In de eerste bijdrage, van de hand van Kelly Reyniers, wordt aandacht besteed aan de genese van de Welzijnswet (1996) en de Codex over het welzijn op het werk (2017). Vervolgens wordt onderzocht hoe deze regelgeving verder is geëvolueerd en welke factoren hierbij een rol hebben gespeeld. Er wordt ook aandacht besteed aan enkele actuele uitdagingen.
Anne Van Regenmortel snijdt in de tweede bijdrage het – tot nu toe wat onderbelicht gebleven – topic aan van de kruisbestuiving tussen het welzijnsrecht en het milieurecht. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre deze disciplines wederzijds bevruchtend kunnen werken. Na een schets van de historische ontwikkeling van beide rechtstakken en een bespreking van de begrippen “welzijn” en “milieu” worden de kenmerken van beide rechtstakken vergeleken. Vervolgens wordt ingezoomd op de belangrijke leerstukken van de inbreng van deskundigheid en de strafrechtelijke verantwoordelijkheid bij welzijns- en milieu-inbreuken.
In de derde bijdrage wordt de lezer door Valérie Vervliet meegenomen in de bespreking van een thema dat dertig jaar geleden nauwelijks aan bod kwam, maar waarmee het welzijnsbeleid vandaag de dag in toenemende mate geconfronteerd wordt: de re-integratie. De opeenvolgende hervormingen van de re-integratieregels – van RIT 1.0. tot RIT 3.0 – worden nauwgezet belicht met de nodige aandacht voor de doelstellingen van deze hervormingen en de uitdagingen, spanningsvelden en knelpunten waarmee de betrokken actoren worden geconfronteerd.
Ilse Van Puyvelde onderzoekt vervolgens in de vierde bijdrage het beroepsgeheim binnen de context van het welzijn op het werk. Verschillende personen werkzaam in interne en externe diensten – preventieadviseurs, vertrouwenspersonen, verpleegkundig en administratief personeel – komen immers in aanraking met gevoelige en vaak vertrouwelijke informatie over werknemers. Deze bijdrage verschaft meer inzicht in de grondslag en de draagwijdte van het beroepsgeheim. Vervolgens bespreekt zij de actoren die eraan onderworpen zijn evenals enkele voor deze actoren relevante uitzonderingen op het beroepsgeheim. Afrondend komt ook de discretieplicht kort aan bod.
In de vijfde en laatste bijdrage gaat Sarah Knoops dieper in op de strafrechtelijke handhaving van het welzijnsrecht aan de hand van recente rechterlijke uitspraken. Eerst wordt de opsporingsfase onderzocht, met bijzondere aandacht voor de bevoegdheden van de sociale inspectie en de rechterlijke controle erop. Aansluitend wordt de strafrechtelijke vervolging besproken aan de hand van drie strafbaarstellingen: de belemmering van toezicht, geweld en pesterijen op het werk en de algemene strafbaarstelling van welzijnsinbreuken. Tot slot wordt kort de aandacht gevestigd op de keuze voor geïndividualiseerde en doelgerichte voorwaarden bij de uitspraak van een straf met uitstel.
€90
Auteur(s)
Productspecificaties
Volledige omschrijving
Op 4 augustus 2026 vierde de Welzijnswet haar dertigste verjaardag. Enkele auteurs van het Handboek Welzijn op het werk. Juridische aspecten – Kelly Reyniers, Ilse Van Puyvelde, Anne Van Regenmortel en Valérie Vervliet – grepen deze gelegenheid aan om samen met Sarah Knoops stil te staan bij enkele tendensen in de verdere ontwikkeling van deze regelgeving en een aantal relevante, actuele thema’s nader te belichten. Deze nieuwe uitgave vormt alzo een mooie aanvulling en verdieping van thema’s die in voormeld handboek niet of slechts summier worden behandeld.
In de eerste bijdrage, van de hand van Kelly Reyniers, wordt aandacht besteed aan de genese van de Welzijnswet (1996) en de Codex over het welzijn op het werk (2017). Vervolgens wordt onderzocht hoe deze regelgeving verder is geëvolueerd en welke factoren hierbij een rol hebben gespeeld. Er wordt ook aandacht besteed aan enkele actuele uitdagingen.
Anne Van Regenmortel snijdt in de tweede bijdrage het – tot nu toe wat onderbelicht gebleven – topic aan van de kruisbestuiving tussen het welzijnsrecht en het milieurecht. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre deze disciplines wederzijds bevruchtend kunnen werken. Na een schets van de historische ontwikkeling van beide rechtstakken en een bespreking van de begrippen “welzijn” en “milieu” worden de kenmerken van beide rechtstakken vergeleken. Vervolgens wordt ingezoomd op de belangrijke leerstukken van de inbreng van deskundigheid en de strafrechtelijke verantwoordelijkheid bij welzijns- en milieu-inbreuken.
In de derde bijdrage wordt de lezer door Valérie Vervliet meegenomen in de bespreking van een thema dat dertig jaar geleden nauwelijks aan bod kwam, maar waarmee het welzijnsbeleid vandaag de dag in toenemende mate geconfronteerd wordt: de re-integratie. De opeenvolgende hervormingen van de re-integratieregels – van RIT 1.0. tot RIT 3.0 – worden nauwgezet belicht met de nodige aandacht voor de doelstellingen van deze hervormingen en de uitdagingen, spanningsvelden en knelpunten waarmee de betrokken actoren worden geconfronteerd.
Ilse Van Puyvelde onderzoekt vervolgens in de vierde bijdrage het beroepsgeheim binnen de context van het welzijn op het werk. Verschillende personen werkzaam in interne en externe diensten – preventieadviseurs, vertrouwenspersonen, verpleegkundig en administratief personeel – komen immers in aanraking met gevoelige en vaak vertrouwelijke informatie over werknemers. Deze bijdrage verschaft meer inzicht in de grondslag en de draagwijdte van het beroepsgeheim. Vervolgens bespreekt zij de actoren die eraan onderworpen zijn evenals enkele voor deze actoren relevante uitzonderingen op het beroepsgeheim. Afrondend komt ook de discretieplicht kort aan bod.
In de vijfde en laatste bijdrage gaat Sarah Knoops dieper in op de strafrechtelijke handhaving van het welzijnsrecht aan de hand van recente rechterlijke uitspraken. Eerst wordt de opsporingsfase onderzocht, met bijzondere aandacht voor de bevoegdheden van de sociale inspectie en de rechterlijke controle erop. Aansluitend wordt de strafrechtelijke vervolging besproken aan de hand van drie strafbaarstellingen: de belemmering van toezicht, geweld en pesterijen op het werk en de algemene strafbaarstelling van welzijnsinbreuken. Tot slot wordt kort de aandacht gevestigd op de keuze voor geïndividualiseerde en doelgerichte voorwaarden bij de uitspraak van een straf met uitstel.
Abonnementsvoorwaarden
De voorwaarden van alle abonnementsformules vindt u hier.
Anderen bekeken ook
Blijf op de hoogte van relevante informatie, recente publicaties en opleidingen.
Schrijf u in op onze nieuwsbrief.
Nieuwsberichten
Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en nieuwe updates.