die Keure Educatief

MATTI EN MONA (KLEUTER) | MOL EN BEER | LABO

Week van het Nederlands

De 11e editie van de Week van het Nederlands vieren we van 4 tot 12 oktober 2025 rond het thema ‘Op reis in taal’. Wij halen daarom de leukste Nederlandse uitdrukkingen en spreekwoorden boven rond reizen en nemen je mee op reis in ons ruime Nederlandse taalaanbod voor het basisonderwijs, van taalinitiatie Nederlands tot aanvankelijk lezen en taal & wereld.

Dé Nederlandse taal

Is er naast de vele dialecten en iets daartussen, wat we tussentaal noemen, in Vlaanderen wel nog sprake van dé Nederlandse taal? Op school, in de media en door autoriteiten wordt nog steeds een gestandaardiseerde variant van het Nederlands onderwezen en gebruikt: het Standaardnederlands. Dat niet alleen in België, maar ook in Nederland, Suriname, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Die Standaardtaal is nog op te splitsen in de Standaardtaal in België, die in Nederland en die in het hele taalgebied. Als we spreken over dé Nederlandse taal, worden dus die drie laatste varianten bedoeld.

Op reis in het Nederlands

Je las net dat Nederlands dus in heel wat verschillende landen gesproken wordt, daarom is het thema Op reis in taal prima gekozen! We namen het nog iets letterlijker en gingen op zoek naar gekende Nederlandse uitdrukkingen die een link hebben met reizen. Welke gebruiken jij en je leerlingen vaak? Kennen jullie alle betekenissen? Bespreek het in de klas! Tip: op OnzeTaal.nl vind je een boeiend overzicht van heel wat uitdrukkingen en spreekwoorden met hun betekenis en herkomst.

    • Op reis leert men zijn vrienden kennen 🧳
    • Van een kale reis terugkomen 🗺️
    • Recht door zee gaan 🌊
    • Water naar de zee dragen 🐚
    • Geen zomer zonder buien 😎
    • Ergens op stranden 🏖️
    • Na regen komt zonneschijn 🌞
    • Met de noorderzon vertrekken 🛫
    • Bergen verzetten ⛰️
    • Hutje bij mutje leggen 🛖
    • Poolshoogte nemen 🐻‍❄️
    • Het Spaans benauwd krijgen 🥘
    • Iemand uit zijn tent lokken ⛺

Aanbod aanvankelijk lezen

Leren lezen in het 1e leerjaar vraagt een specifieke aanpak, maar moet vooral leuk zijn! Dat weten mol en beer, de twee motiverende themafiguren in deze methode, maar al te goed. Met budgetvriendelijk en véél leesmateriaal leren ze de leerlingen lezen. Bovendien nemen ze hen ook digitaal mee in een eigen virtuele oefenwereld. De methode mol en beer zorgt ervoor dat ze goed voorbereid zijn op taal in het 2e leerjaar, zeker met de nieuwe methode taal en wereld, Labo.

Aanbod taal en wereld

Labo is een nieuw, innovatief concept! De blended lesmethode combineert taal en wereld in één methode vanaf het 2e leerjaar. Dat levert een grote leerwinst voor de leerling en veel tijdwinst voor de leerkracht op. Leerlingen lezen en werken namelijk voor beide leergebieden gedurende een periode van vijf weken binnen hetzelfde begrippenkader en taalregister. Door de samenhang tussen de twee leergebieden ontstaan meer kansen tot kennisopbouw, verdieping en herhaling.

Aanbod taalinitiatie Nederlands

Ook voor de kleinsten onder ons die moeite hebben met taal of anderstalige leerlingen die voor het eerst kennis maken met het Standaardnederlands, kan Nederlands leren leuk zijn! Om dat te bewijzen delen we leuke voorbeelden uit onze methodes taalinitiatie Matti en Mona kleuter en Matti en Mona als tip voor in de klas. 

Speel met woorden

Beginnen doen we graag met de allerkleinsten! Nederlands leren start namelijk al in de kleuterklas, op een speelse en actieve manier. Zo biedt de methode Matti en Mona kleuter kleurrijke, tastbare (spel)materialen aan om te oefenen op Nederlandse woorden. Een memoryspel, kleurendraaischijf of een kleurendobbelsteen … Onze tip voor jullie is dan ook om Nederlands op veel verschillende manieren en in talrijke (spel)vormen aan te reiken! 

Kleuren en groepen

Voor kleuters is het ook handig om Nederlandse woorden in te delen in (kleuren)categorieën. Zo help je jouw kleuters beter linken te leggen tussen woorden die semantisch bij elkaar horen, tot dezelfde woordsoort behoren, antoniem of synoniem zijn van elkaar,  hyperoniem (bv. voertuig) of hyponiem (bv. trein) zijn enzovoort. Ter illustratie: in onze methode Matti en Mona kleuter verdelen we woorden in vijf (kleuren)groepen: geel = wie (de juf, het kind), rood = doen (zitten, kijken naar, buiten <-> binnen), bruin = wat (de koek, het raam), paars = waar (in de boekentas, op de bank) en groen = hoe(veel) (open <-> toe, licht <-> donker, blij <-> verdrietig). 

Herkenbare thema's

Verder is het ook belangrijk om woorden uit herkenbare contexten aan te reiken. In Matti en Mona voor het 1e t.e.m. 6e leerjaar ontdekken leerlingen woorden per blok enkele thema’s uit hun leefwereld zoals bv. de school, de kleuren, de seizoenen, het weer, de kledij, de gevoelens, groenten en fruit, het vervoer en feesten zoals Kerstmis en Sinterklaas. In de kleuterklas zijn thema’s zoals opruimen, aan de knutseltafel, op de speelplaats en in de turnzaal dan weer heel herkenbaar.

Beeldwoordenboekje

Naast het uitzicht van het woord en de uitspraak ervan, wordt een Nederlands woord ook beter verankerd als het visueel wordt voorgesteld. Het is daarom een grote aanrader om bij het aanleggen van het woordenboekje van je kleuter of leerling ook een afbeelding of illustratie van de betekenis van het woord op te slaan. Je kunt zo’n beeldwoordenboekje op papier of digitaal maken in de klas, de methode Matti en Mona zet alvast beide versies in. 

Verhalen bouwen

We haalden al aan dat anderstalige of taalarme leerlingen best kennismaken met Nederlandse woorden uit hun eigen leefwereld. Verder gaat het begrijpen en onthouden van woorden nog beter als je de woorden binnen die herkenbare context gebruikt in een specifiek verhaal. Matti en Mona kleuter zet bv. papieren en interactieve (digitale) verhaalplaten in op het platform Kabas om kleuters woorden aan te leren. Voor het lager zijn er verhaalplaten op papier, maar ook digitale klikverhalen op Kabas die je met of zonder ondertiteling (karaokestijl) kunt laten zien. 

Veel luisteren

Wie een taal wil leren, moet vier vaardigheden goed onder de knie krijgen. Twee daarvan zijn passief (lezen en luisteren), de andere twee actief (spreken en schrijven). Vooraleer een kind actief het Nederlands kan gebruiken, is het belangrijk eerst voldoende passief met de taal kennis te maken. Dat betekent veel woorden visueel leren herkennen (lezen), maar die op datzelfde moment ook auditief leren begrijpen (horen of luisteren). Lees de woorden bij het tonen van een (digitaal) (woord)beeld dus ook telkens voor of voorzie een voorleesfunctie die leerlingen zelf kunnen aanklikken.

Woordkaarten

Een klassiek oefenmiddel om de geziene woorden te herhalen of in te oefenen, zijn woordkaarten. Maak ze kleurrijk en aantrekkelijk zodat ze je leerlingen blijven motiveren en combineer steeds het geschreven woord met een passende afbeelding. Op 4 oktober is het bijvoorbeeld bijzonder leuk om de woordkaarten af te stemmen op Werelddierendag! Met Matti en Mona ontdekken leerlingen tijdens het thema dieren woorden zoals zebra, beer en slang met woordkaarten en een beestig klikverhaal.

Digitaal oefenen

Uit de eerdere tips maak je al op dat het loont om zowel fysiek op papier Nederlands te oefenen als digitaal. Op het platform Kabas bieden de methodes van Matti en Mona heel wat verschillende digitale oefeningen aan om samen met de klas of individueel als leerling te maken, zoals woordenschatoefeningen en een digitale memory. 

Gratis ontdekpakket

Benieuwd naar meer van taalinitiatie Nederlands met  Matti en Mona kleuter of Matti en Mona? Laat je contactgegevens na en we bezorgen je graag een gratis ontdekpakket op school. 

Een kijk in de kleuterklas

Tot slot inspireren we je nog met enkele aanstekelijke sfeerbeelden vanuit de kleuterklas. Deze kleuters gaan alvast enthousiast aan de slag met het materiaal van Matti en Mona kleuter om spelenderwijs Nederlandse woorden te leren.