Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

4 belangrijke vragen bij het oprichten van een vzw

1. Wie mag een vzw oprichten?

Eigenlijk mag ongeveer iedereen een vzw oprichten. Elke natuurlijke persoon, zelfs een minderjarige, komt in aanmerking. Sinds een wetswijziging in 2000 is er ook geen nationaliteitsvereiste meer voor oprichters en leden van het bestuur van een vzw. Rechtspersonen zoals andere vzw’s of vennootschappen kunnen eveneens als oprichters optreden, zolang het doel van de vzw in overeenstemming is met de statuten van die rechtspersoon. Ook een feitelijke vereniging (een los samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid) kan mee een vzw oprichten.

2. Met hoeveel oprichters moet u zijn?

Een vereniging bestaat natuurlijk uit meer dan één persoon, anders is het geen vereniging. Met hoeveel oprichters moet u precies zijn op het moment van de start van een vzw? De wetgever heeft bepaald dat er minstens 3 oprichters moeten zijn.

3. Is taal een struikelblok?

In een land als België is taalwetgeving nooit echt duidelijk. Ook voor een vzw kan dit moeilijkheden opleveren. U stelt het best alle door de wetten en reglementen opgelegde “akten en bescheiden” op in het Nederlands. Deze documenten moeten immers worden opgesteld in de taal van het gebied waar de exploitatiezetel is gevestigd. U mag er van uitgaan dat bij de oprichting de maatschappelijke zetel als exploitatiezetel zal gelden.

Een tip voor vzw’s met anderstalige leden: u kan het Engels gerust als voertaal hanteren voor alle dagelijkse zaken, zolang u bepaalde uittreksels uit de notulen die beslissingen aanbelangen die moeten worden neergelegd of gepubliceerd maar vertaalt in de officiële taal.

4. Wat zijn de voordelen van een vzw?

In tegenstelling tot een feitelijke vereniging, heeft een vzw rechtspersoonlijkheid. Dit is van belang omdat dit een scheiding creëert tussen de vermogens van de rechtspersoon enerzijds en van de oprichters/leden anderzijds. Eenvoudiger gezegd: door alle formaliteiten ontstaat er een schot met beperkte aansprakelijkheid voor (het privévermogen van) de oprichters en de (risico’s bij de) activiteiten van de vzw.

Praktisch

Stel dat u als student een fuif organiseert met een groep studiegenoten. Al een aantal edities groeit de fuif gestaag maar daarmee is ook het risico gestegen. Hoewel u alles tot in de puntjes voorbereidt, wil u echt niets aan het toeval overlaten. In dat geval schakelt u best over van een feitelijke vereniging op een vzw met u, uw Erasmus-vriend en jongere broer (de DJ van dienst) én de feitelijke vereniging als oprichters.

vzw

 


Wil u meer informatie? Lees dan De vzw, een toegankelijk standaardwerk met Marleen Denef als editor. Meer informatie kan u hier vinden.
Marleen Denef (editor), De vzw, 684, Brugge, Die Keure, 2015, 978 90 4862 024 1.

 


Lees ook

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief