Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Taalgebruik bij juristen: balanceren op een slappe koord

Een evenwicht vinden tussen correct juridisch taalgebruik enerzijds en begrijpelijke communicatie naar cliënten en andere niet-juristen toe anderzijds: het blijft voor veel juristen balanceren op een slappe koord. Hoe komt het eigenlijk dat juristen zich vaak wapenen met een taal die voor leken haast ontoegankelijk is? In dit eerste artikel van de blogreeks “taalgebruik bij juristen” onderzoeken we de oorzaken die juristen zelf aanhalen voor hun idiosyncratisch taalgebruik.

Rechtsstrijd is taalstrijd

Voor de jurist is taal niet zomaar een weapon of choice: het is het enige wapen in zijn of haar arsenaal. Veel, zoniet alle juridische geschillen, gaan over de inhoud van woorden. “Hoe advocaat writingmoet een regel geïnterpreteerd worden?” gaat eigenlijk over “hoe moeten we de woorden van die regel begrijpen?”. Als beoefenaars van het recht spelen we in essentie een taalspel, klinkt het. Alleen lijkt dat taalspel vaak heel specifieke vormen aan te nemen.

Heel wat juristen doorspekken hun teksten met archaïsche en vreemde woorden. Ze gebruiken graag abstracte concepten, lange zinnen en vreemde woorden. Ze bedienen zich gretig van onpersoonlijke en passieve vormen. Ze houden er een syntaxis op na van tangconstructies, dubbele ontkenningen en uienschilconstructies. De Latijnse spreuken tieren welig en sommige juristen hanteren een hoeveelheid bijzinnen waar zelfs Homeros een puntje aan kan zuigen. En dan zijn er nog de ogenschijnlijk gewone woorden die voor juristen een heel andere betekenis hebben. Verschonen, staken, betekenen, beslag, minuut – de lijst is eindeloos.

Het resultaat? Een zorgvuldig opgestelde maar uiterst plechtige en formele tekst. En de niet-jurist… die kan niet altijd even gemakkelijk volgen.

“Jamaar, wij hebben dat zelf niet uitgevonden!”

Wat is hier precies aan de hand? Schrijven juristen intentioneel in raadselen? Spuien ze met opzet taalkundige mist? We mogen ervan uitgaan dat dat bij het overgrote deel van de juristen alvast niet het geval is.  Slechts een enkeling denkt nog dat een wollig taalgebruik, rijk aan jargon, hem of haar de status van een expert oplevert.

Een belangrijke reden waarom veel rechtstaal niet bijzonder helder is, heeft natuurlijk te maken met de context waarin die tekst is opgesteld: ons rechtssysteem. Wettelijke kaders waar vaak al eeuwen op voortgebouwd wordt. Juridische taal ontstaat met andere woorden niet in het luchtledige. Een juridische tekst moet werkbaar zijn in de context van de bestaande wettelijke referentiekaders en daarom is het voor veel juristen vanzelfsprekend om zo dicht mogelijk bij die taal te blijven. Een taal die bovendien vaak gebaseerd is op gebrekkige vertalingen uit het Frans.

Een andere, wellicht even belangrijke oorzaak is dat juristen tijdens hun studies onvoldoende training krijgen in het schrijven van goede, toegankelijke teksten. Aan de communicatieve vaardigheden van de jurist, die nochtans zo essentieel zijn voor zijn of haar latere loopbaan, wordt allesbehalve een prominente plaats gegeven in de curricula. En de gangbare taal houdt zichzelf in stand, want de stagiair die net van de schoolbanken komt, schrijft natuurlijk naar het voorbeeld van de teksten van zijn of haar stagemeester. Zo blijven taal-tradities moeiteloos overeind.

Van Jip en Janneke en andere kleuters

Tenslotte is er nog de hardnekkige mythe die menig jurist koestert dat begrijpelijkheid en juridisch correct taalgebruik elkaar uitsluiten. Alsof begrijpelijk schrijven een tekst automatisch herleidt tot een Jip-en-Janneke-achtige kleutertaal. Gelukkig groeit bij heel wat juristen ook het besef dat een helder taalgebruik ook heel wat voordelen biedt. Op die voordelen gaan we graag in in een volgende blogpost.

communicatiegids voor juristen


Lees ook

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief