Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

“Jazzmuzikanten horen vooral zichzelf graag spelen” – 3 clichés over Jazzmuziek

Iedereen kent wel jazzy stukjes die je als achtergrondmuziek in een restaurant of een supermarkt hoort. Maar heel wat jazzmuziek kan als verwarrend of onaangenaam worden ervaren. Veel mensen houden er daarom niet van. Dit zijn hun redenen:

 “Er zit geen structuur in jazz”jazzmuziek
In de klassieke muziek of pop- en rockmuziek is meestal een structuur terug te vinden. Een melodie  keert weer, er is een refrein of de onderdelen zijn gemakkelijk van elkaar te onderscheiden.

Bij jazz is dat  veel minder het geval zodat er in een stuk minder houvast is. Jazz gaat dikwijls over een conversatie tussen  de instrumenten en die conversatie loopt niet volgens een bepaald stramien.

Toch worden vooraf tussen de muzikanten afspraken gemaakt over bijvoorbeeld het tempo en toonaard, de zogenaamde head arrangements.

Bovendien zijn er vele jazzstukken die een bepaalde volgorde hebben. Een jazzorkest zal beginnen met  de melodie te spelen. Daarna is het aan elke muzikant om te improviseren op de melodie. De volgorde  van de instrumenten die improviseren kan wisselen van avond tot avond. Wanneer ieder instrument aan  bod is gekomen, wordt er opnieuw geïmproviseerd maar met kortere stukjes. In deze tweede ronde  zullen de improvisaties dikwijls gebaseerd zijn op de eerdere improvisaties van de andere instrumenten  zodat er een dialoog tussen de muzikanten ontstaan. De drummer zal meestal als laatste improviseren  waarna alle muzikanten samen de melodie opnieuw spelen. Dit is enkel een basisstructuur die veel  voorkomt maar waar vele variaties en afwijkingen op bestaan.

 “Improvisaties zijn onbegrijpelijk”
Lukraak op een snaar tokkelen is geen improvisatie. Improviseren vergt een vindingrijkheid en inspiratie  die je in geen andere muziekvorm terugvindt. Een jazzmuzikant moet vooruit kunnen denken, componeren en spelen zonder nadenken.

Maar iedere solist is daarnaast deel van de groep en verantwoordelijk  voor de globale klank van het stuk. Sommige stukken muziek die heel spontaan en toegankelijk klinken,  zijn het resultaat van lang proberen en schaven aan de compositie. Bij improvisaties kan dat niet wat
dikwijls resulteert in minder afgewerkte maar daarom niet minder boeiende muziek.

In jazz kan veel tezelfdertijd gebeuren en dat kan zo overweldigend voor ons bevattingsvermogen zijn  dat luisteraars afhaken. Er bestaan een aantal luistertechnieken die helpen om een muziekstuk te appreciëren.  Ze komen erop neer dat je zo selectief mogelijk probeert te luisteren. Je kunt beginnen met  de bas te volgen, meestal de meest standvastige partij in een jazzorkest. Daarna kun je luisteren hoe de  interactie is tussen de bas en de drums, of tussen de drums en de verschillende andere instrumenten.  Het kan helpen om de melodie te kennen en die mee te neuriën wanneer de solopartijen bezig zijn. Op die manier kun je de creativiteit van de solisten inschatten.

Je moet echter geen theorie kennen om van jazz te houden. Net als bij klassieke muziek is er tijd en nieuwsgierigheid voor nodig.

 “Jazzmuzikanten horen vooral zichzelf graag spelen”
Jazz gaat over de persoonlijkheid van de individuele muzikant. Een klassieke muzikant moet een partituur  spelen en daarbij zich zo onpersoonlijk mogelijk opstellen. In rockmuziek speelt de leider van de  groep de belangrijkste rol. Jazz is de enige muziekvorm waarbij alle muzikanten als volwaardige persoonlijkheden  worden aangezien en waarbij zij de gelegenheid krijgen om zelf creatief te zijn.

Dat doen  ze door te improviseren en, inderdaad, daarbij demonstreren ze hun virtuositeit. Die solostukken zijn  een muzikale monoloog en zoals iedere menselijke monoloog kan die aanspreken of vervelen. Toch is  naast de individuele creativiteit ook de dialoog tussen de instrumenten van belang. Een al te groot ego zal dus nooit gedijen in een jazzorkest.

cultuur voor beginners


Deze drie clichés komen uit het boek ‘Cultuur voor beginners’. Dit boek van Filip Strobbe is een gids door het culturele landschap in Vlaanderen. 
In 18 hoofdstukken geeft dit boek de essentie van een kunstvorm weer, gaande van klassieke muziek tot mode, van theater tot beeldende kunst.Per discipline ontdekt u als lezer welke artiesten en gezelschappen spraakmakend zijn, hoe het er achter de schermen aan toegaat en welke thema’s actueel zijn.

Wil je ook 18 cultuurtakken ontdekken? Bestel hier uw exemplaar van Cultuur voor Beginners


Lees ook

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief