Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Is betere dialoog met actoren en bewoners nodig voor ruimtelijke transformaties?

In september 2017 verscheen het boek 'Met inzicht ruimtelijk plannen en vergunnen'. Dit boek is niet alleen een gereedschapskist met instrumenten voor het ontwerpen van een planningsproces en het behoorlijk motiveren van beslissingen met ruimtelijke impact. Als lezer vindt u in deze publicatie ook elementen van een toetsingskader voor ruimtelijke kwaliteit bij planning en vergunningverlening.

Omdat ze met hun boek ook een aanzet tot discussie willen geven, nodigden de editors Guy Vloebergh en Bernard Hubeau een aantal docenten en vakspecialisten uit voor een rondetafelgesprek over wat er in de ruimtelijke ordening nu echt toe doet in samenhang met andere beleidsdomeinen. Schoven mee aan tafel: Pieter Foré, Stijn Verbist, Hans Leinfelder, Sylvie Van Damme en David Stevens. Het gezelschap kreeg zes stellingen voorgelegd. Hier leest u hun visie op de zesde stelling:

‘De nood aan betere dialoog met actoren en bewoners wordt steeds groter om draagvlak te creëren voor ruimtelijke transformaties.’ Delen jullie die mening?

Pieter Foré: Er bestaat bij veel ontwerpers en stedenbouwkundigen een blijvende angst om de burger te informeren en hem te betrekken in de discussie. Maar de ruimte is te complex geworden om niet meer te luisteren naar die burger. Je moet oplossingen bieden die de burger zelf wenst of hem meenemen in een leerproces dat hem andere inzichten oplevert.

Stijn Verbist: De burger ervaart de participatie als schijnparticipatie. Die denkt: ‘De kernbeslissingen zijn genomen. Of ik nu manifesteer of niet, men houdt met mij geen rekening.’ De politiek frustreert de burger én de ambtenaar. Maar we mogen niet vergeten dat we leven in een democratie, de burger stemt in met het systeem en heeft iemand verkozen. De politicus is een noodzakelijk kwaad van de democratie. Maar democratie garandeert geen kwaliteit.

Guy Vloebergh: We hebben meer activistische ambtenaren nodig. Misschien krijgen die dan weleens het deksel op de neus, maar anders worden het slaven van de democratie. Ambtenaren stuiten vaak op de grenzen van het juridisch haalbare, terwijl een juridische oplossing niet altijd de beste is. Meer processturing op het lokale niveau is aangewezen. Het belangrijkste hoofdstuk in het boek is wellicht het laatste, namelijk ‘co-creatie en participatie’. We moeten ruimte maken voor conflicten. De burger
verwacht echter wel dat de overheid stuurt.

Sylvie Van Damme: Ik pleit toch ook voor de rol van de ruimtelijk planner als expert. Dat is wat op de achtergrond geraakt de laatste tijd. De ruimtelijk planner moet een pleitbezorger van het algemeen belang zijn, ook wanneer de burger het even niet zo goed weet. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor gemeentelijk stedenbouwkundige ambtenaren. Het is ook interessant om te zien hoe ambtenaren en politiek met elkaar omgaan. Een ambtenaar kan gefrustreerd raken omdat hij iets heel doordacht heeft voorbereid en de politiek toch iets anders beslist. Maar omgekeerd wordt er vanuit de politiek soms een opdracht gegeven, en kan de ambtenaar vanuit zijn expertise ook besluiten om burgerlijk ongehoorzaam te zijn.


Het volledige artikel met de 6 stellingen verscheen in nummer 36 van het tijdschrift Ruimte (editie december 2018 - januari - februari 2018).


Lees ook

Ontdek ook

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief