Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Handboek Ruimtelijke Uitvoeringsplannen

Op voorraad
288 p.
2022
Boek
Auteur(s): Pieter-Jan Defoort
Is onderdeel van de reeks Bibliotheek Omgevingsrecht

>> Studienamiddag Ruimtelijke Uitvoeringsplannen op 1 december 2022 in Gent.

Het boek bevat een volledig juridisch overzicht van alle relevante aspecten in verband met ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP). Het instrument RUP is de opvolger van de plannen van aanleg (de gewestplannen en de algemene en bijzondere plannen van aanleg) dat werd ingevoerd door het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (het zgn. ‘DRO’). De inhoud en de procedure van een RUP werden grondig hervormd door het zogenaamde Integratiedecreet van 1 juli 2016. Dit decreet heeft de procedures voor ruimtelijke uitvoeringsplannen en de (milieu)effectenbeoordelingen samengebracht in één geïntegreerd planningsproces.

Dit boek is het allereerste overzichtswerk over ruimtelijke uitvoeringsplannen volgens de nieuwe geïntegreerde procedure. Het boek bespreekt ook uitvoerig de linken tussen een ruimtelijk uitvoeringsplan en de ruimtelijke structuurplannen en de ruimtelijke beleidsplannen, de opvolgers van de ruimtelijke structuurplannen. Het boek bestrijkt op die manier het grootste deel van het ruimtelijke planningsinstrumentarium. Het boek vult hiermee een grote leemte op in de rechtsleer over het omgevingsrecht. Naast de omgevingsvergunning en de handhaving vormt de ruimtelijke planning immers een van de drie basispijlers van het omgevingsrecht.
Het handboek is geschreven vanuit een jarenlange praktijkervaring van de auteur met ruimtelijke planning. Eerst gedurende zes jaar als kabinetsmedewerker van een provinciaal gedeputeerde bevoegd voor ruimtelijke ordening en vervolgens als advocaat bij het kantoor LDR Advocaten, het grootste Vlaamse nichekantoor in de specialisatie Omgevingsrecht. De auteur heeft naast een diploma van master in de rechten ook het diploma van master in de ruimtelijke planning. Daarnaast is de auteur cohoofdredacteur van het tijdschrift TROS (Tijdschrift voor Ruimtelijke ordening, Omgeving en Stedenbouw – die Keure) en is hij auteur van talloze rechtsleerartikelen in juridische tijdschriften en boeken over het omgevingsrecht. De auteur benadert het onderwerp vanuit zijn rijke achtergrond zowel op een academische als op een praktische manier en hij komt met een aantal vernieuwende inzichten.

Het handboek is een onmisbaar instrument voor al wie van dicht of van ver met ruimtelijke uitvoeringsplannen te maken heeft, zoals ruimtelijke planners, ambtenaren bij de lokale of Vlaamse overheid, beleidsmakers, studiebureaus, rechters, advocaten, academici, projectontwikkelaars, burgers die geconfronteerd worden met een ruimtelijk uitvoeringsplan, enz.

ISBN 9789048644865 - Bestelcode 202221300
Handboek Ruimtelijke Uitvoeringsplannen
€ 105,00
Abonnees € 84,00

>> Studienamiddag Ruimtelijke Uitvoeringsplannen op 1 december 2022 in Gent.

Het boek bevat een volledig juridisch overzicht van alle relevante aspecten in verband met ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP). Het instrument RUP is de opvolger van de plannen van aanleg (de gewestplannen en de algemene en bijzondere plannen van aanleg) dat werd ingevoerd door het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (het zgn. ‘DRO’). De inhoud en de procedure van een RUP werden grondig hervormd door het zogenaamde Integratiedecreet van 1 juli 2016. Dit decreet heeft de procedures voor ruimtelijke uitvoeringsplannen en de (milieu)effectenbeoordelingen samengebracht in één geïntegreerd planningsproces.

Dit boek is het allereerste overzichtswerk over ruimtelijke uitvoeringsplannen volgens de nieuwe geïntegreerde procedure. Het boek bespreekt ook uitvoerig de linken tussen een ruimtelijk uitvoeringsplan en de ruimtelijke structuurplannen en de ruimtelijke beleidsplannen, de opvolgers van de ruimtelijke structuurplannen. Het boek bestrijkt op die manier het grootste deel van het ruimtelijke planningsinstrumentarium. Het boek vult hiermee een grote leemte op in de rechtsleer over het omgevingsrecht. Naast de omgevingsvergunning en de handhaving vormt de ruimtelijke planning immers een van de drie basispijlers van het omgevingsrecht.
Het handboek is geschreven vanuit een jarenlange praktijkervaring van de auteur met ruimtelijke planning. Eerst gedurende zes jaar als kabinetsmedewerker van een provinciaal gedeputeerde bevoegd voor ruimtelijke ordening en vervolgens als advocaat bij het kantoor LDR Advocaten, het grootste Vlaamse nichekantoor in de specialisatie Omgevingsrecht. De auteur heeft naast een diploma van master in de rechten ook het diploma van master in de ruimtelijke planning. Daarnaast is de auteur cohoofdredacteur van het tijdschrift TROS (Tijdschrift voor Ruimtelijke ordening, Omgeving en Stedenbouw – die Keure) en is hij auteur van talloze rechtsleerartikelen in juridische tijdschriften en boeken over het omgevingsrecht. De auteur benadert het onderwerp vanuit zijn rijke achtergrond zowel op een academische als op een praktische manier en hij komt met een aantal vernieuwende inzichten.

Het handboek is een onmisbaar instrument voor al wie van dicht of van ver met ruimtelijke uitvoeringsplannen te maken heeft, zoals ruimtelijke planners, ambtenaren bij de lokale of Vlaamse overheid, beleidsmakers, studiebureaus, rechters, advocaten, academici, projectontwikkelaars, burgers die geconfronteerd worden met een ruimtelijk uitvoeringsplan, enz.


Inhoudstafel

Over de auteur V
GEÏNTEGREERD PLANNINGSPROCES ALS OPVOLGER VAN AFZONDERLIJK RUP EN MER 1
A. Invoering van het instrument RUP als opvolger van de plannen van aanleg 3
1) Historiek van de wetgeving 3
2) Het lot van de plannen van aanleg 4
a) Plannen van aanleg gelden tot zij worden vervangen door een RUP 4
b) Het probleem van de eeuwigdurende gewestplannen 4
c) De bouwshift 6
i) Doelstellingen van de bouwshift 6
ii) Reeds genomen maatregelen 7
iii) Toekomstige maatregelen 8
d) Bijzondere validaties van gewestplannen 9
e) Een decretale regeling voor de woonuitbreidingsgebieden 10
B. Invoering van het geïntegreerd planningsproces 11
1) Inhoud van het ‘geïntegreerd planningsproces’ 11
2) Aanleiding van het Integratiedecreet van 1 juli 2016 13
3) Krachtlijnen van het geïntegreerd planningsproces 14
4) Inwerkingtreding en overgangsregeling 16
C. De plan-MER-plicht 17
1) Toepassingsgebied 17
2) Screeningsplicht 18
3) Ontheffingsprocedure 21
D. Verhouding met andere wetgeving 22
1) Europese regelgeving met een impact op de ruimtelijke planning 23
2) Standstill en Natuurbehoud 23
3) Integraal waterbeleid 26
4) Onroerend Erfgoed 27
5) Integraal handelsvestigingsbeleid 28
6) Grond- en Pandenbeleid en wonen 29
7) Rooilijnen 32
8) Landinrichting 32
9) Onteigening 34
10) Decreet Complexe Projecten 37
I. ALGEMENE JURIDISCHE PRINCIPES RUP’S 39
A. Doelstellingen ruimtelijke ordening: artikel 1.1.4 VCRO 41
1) Gelijktijdige afweging van verschillende belangen 41
2) RUP’s zijn toekomstgericht 42
a) Geen recht op het behoud van de bestaande toestand of bestemming 42
b) Het tijdstip van concrete uitvoering van het RUP moet niet vaststaan 43
3) Algemeen belang en individueel belang 44
a) Mag een RUP privébelangen dienen? 44
b) Kan een particulier de kosten voor de opmaak van het RUP en de m.e.r. overnemen? 46
i) De kosten voor de m.e.r. 46
ii) De kosten voor het RUP 48
B. De verordenende kracht van een RUP 50
1) Bindende kracht van stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan 50
a) Enkel het grafisch plan en de voorschriften zijn verordenend 50
b) Verhouding met de bekendmaking van het RUP 50
c) Positieve en negatieve anticipatiemogelijkheid 51
d) Toetsingsgrond voor vergunningen en andere overheidsbeslissingen 52
e) Een RUP blijft gelden tot het wordt opgeheven of vervangen 53
f) Materiële motiveringsplicht 54
g) Strafbaarstelling 55
2) Talrijke afwijkingsregels 56
C. Een RUP is in beginsel één en ondeelbaar 57
D. Eigendomsbeperkingen en het realisatiegerichte karakter van RUP’s 58
1) Eigendomsbeperkingen en modaliteiten in voorschriften 58
2) Het realisatiegerichte karakter van een RUP 61
3) Typevoorbeelden van modaliteiten in RUP’s 65
a) Actorgerichte voorschriften 65
b) Bestemming die afhankelijk is van de medewerking van derden of van een onzekere gebeurtenis 69
i) Procedureregels in een RUP 69
ii) Het voorzien van een nabestemming 70
iii) De fasering van een bestemming 72
iv) De verplichting een (deel)gebied in één geheel te ontwikkelen 76
c) Publieke bestemming op privé-eigendom 78
4) Tijdbeperking als vangnet? 79
5) Vergoedingsmogelijkheden of overheidsaansprakelijkheid voor het opleggen van eigendomsbeperkingen of het niet-realiseren van de bestemming 82
a) Foutaansprakelijkheid wegens stilzitten van de overheid 82
b) Foutloze aansprakelijkheid 87
i) Decretale aankoopregelingen 87
ii) Planschade 90
iii) Kapitaal- en gebruikersschadecompensatie 93
iv) Vergoeding wegens het opleggen van onevenredige lasten 93
E. Rechtszekerheidsbeginsel 97
1) Evolutie in de rechtspraak over flexibiliteit versus rechtszekerheid 97
2) Pleidooi voor doelregelgeving bij ‘harde’ bestemmingen 102
F. Zorgvuldigheidsbeginsel 103
1) Algemene principes 103
2) Zorgvuldigheidsbeginsel en doorwerking van de effectenbeoordelingen in het RUP 106
3) Oplossingen uit het Integratiedecreet 2016 110
G. Gelijkheidsbeginsel 112
II. BEVOEGDHEIDSVERDELING 115
A. Overgang van structuurplanning naar beleidsplanning 117
B. Bevoegdheidsregels volgens de structuurplanning 117
1) Het subsidiariteitsbeginsel en taakstellingen 117
2) Enkele inhoudelijke taakstellingen 121
a) Afbakening van stedelijke gebieden 121
b) Bedrijventerreinen 123
c) Afbakening van de natuurlijke en agrarische structuur 123
d) Gemeenschapsvoorzieningen en wegeninfrastructuur 124
e) Maken van selecties 124
f) Weekendverblijven 125
3) Mogelijkheid van bevoegdheidsdelegatie 126
C. Bevoegdheidsregels volgens de beleidsplanning 127
1) Drie planningsniveaus volgens een samenwerkingsmodel 127
2) Wel of geen hiërarchie tussen de beleidsplannen onderling? 130
a) Geen hiërarchie, maar een samenwerkingsmodel 130
b) Uiteindelijk toch wel hiërarchie 131
i) Aanduiden van onderdelen van een lager beleidskader die niet meer geldig zijn 131
ii) Het formuleren van voorbehoud bij bepaalde planopties van een lager beleidsplan 132
iii) Schorsing of vernietiging van een lager RUP op basis van een hoger beleidsplan 133
3) Geen strikte bevoegdheidsregels voor RUP’s 135
4) Behoud van de mogelijkheid voor bevoegdheidsdelegatie voor de opmaak van een RUP 137
III. HIËRARCHIE TUSSEN RUP’S ONDERLING 139
IV. VERHOUDING RUP MET ANDERE RUIMTELIJKE INSTRUMENTEN 143
A. Verhouding met een ruimtelijk structuurplan 145
1) De structuurplannen blijven nog tijdelijk geldig 145
2) De overheid moet haar structuurplan uitvoeren 147
3) Verbindende kracht van het bindende en richtinggevende gedeelte van een structuurplan 148
4) Afwijking van een structuurplan mits uitgebreide motivering 151
B. Verhouding met een ruimtelijk beleidsplan 153
C. Verhouding met een stedenbouwkundige verordening 154
D. Verhouding met plannen van aanleg 156
1) Uitgangspunt: plannen van aanleg blijven bestaan tot ze worden vervangen 156
2) De gecombineerde toepassing van plan van aanleg en RUP 156
V. INHOUD VAN EEN RUP 159
A. Overzicht 161
B. Doelstellingen van het RUP 162
C. Grafisch plan 163
D. Stedenbouwkundige voorschriften 164
1) Het begrip ‘stedenbouwkundig voorschrift’ 164
2) Bestemmings-, inrichtings- en/of beheersvoorschriften 168
3) Indeling in juiste bestemmingscategorie 171
4) Typevoorschriften 175
5) Normen inzake een bescheiden last 176
6) Voorschriften kunnen de zonevreemde basisrechten niet beperken 177
7) De toelichting bij een voorschrift heeft geen verordende kracht 177
E. Weergave van de juridische toestand 178
F. Weergave van de feitelijke toestand 180
G. Relatie met (ruimtelijke) structuur- en beleidsplannen 181
H. Opgave strijdige voorschriften 181
I. Kwaliteitsbeoordeling en effectbeoordelingen 182
J. Register van percelen m.b.t. planschade, planbaten en gebruikerscompensatie 184
K. Opgeheven besluiten inzake onroerend erfgoed 185
L. Instrumenten waarover samen met het RUP een beslissing wordt genomen 186
1) Overzicht van de instrumenten 186
2) Instrumentenafweging 187
3) Een stedenbouwkundige verordening en/of overeenkomst gekoppeld aan het RUP 187
M. Rooilijnplannen 191
VI. PROCEDURE 193
A. Overzicht van de procedurestappen 195
B. Beslissing tot opmaak RUP en vaststelling van het planteam 196
C. Procesnota 197
D. Startnota 198
1) Inhoud van de startnota 198
2) Inspraak en adviezen over de startnota 201
E. Scopingnota 203
F. Voorontwerp RUP en effectbeoordelingen 204
G. Voorlopige vaststelling 207
H. Openbaar onderzoek en adviezen 208
1) Algemene principes 208
2) Aankondiging en inhoud van het openbaar onderzoek en de adviesronde 209
a) Bekendmaking openbaar onderzoek 209
b) Adviesronde 210
c) Welke documenten moeten ter inzage liggen tijdens het openbaar onderzoek? 211
d) Indienen van bezwaren en adviezen 212
3) Rechtsgevolgen van het openbaar onderzoek 212
a) Algemene principes 212
b) Daadwerkelijke behandeling van de inspraakreacties 213
i) De samenstelling en de werking van de adviescommissies 213
ii) Het inwinnen van het advies van de adviescommissie 215
iii) Een zorgvuldige behandeling 216
iv) Vereiste van een persoonlijk belang bij het bezwaar 218
c) Aanpassing van het ontwerp RUP na het openbaar onderzoek 220
i) Algemene principes volgens de RUP-procedure 220
ii) Aanpassingen in relatie tot de plan-m.e.r. 223
d) Relatie tussen het recht om een bezwaar in te dienen en de toegang tot de rechter 225
I. Advies Raad van State 228
J. Definitieve vaststelling 229
1) Vervaltermijn 229
2) Aanpassingen aan het RUP en het MER 230
3) Motivering 231
4) Onafhankelijkheid en onpartijdigheid van gemeente- en provincieraadsleden 231
K. Schorsings- en vernietigingsmogelijkheid toezichthoudende overheid 233
1) Procedureel 233
2) Inhoudelijk 236
a) Overgangsregeling onder het toepassingsgebied van de structuurplanning 236
b) Schorsings- en vernietigingsgronden onder de beleidsplanning 238
L. Bekendmaking en inwerkingtreding 239
M. Administratieve lus 241
N. Mogelijkheid tot aanpassing en nieuwe vaststelling na vernietigingsarrest 242
VII. DE VEREENVOUDIGDE WIJZIGINGSPROCEDURE MET HET OOG OP RUIMTELIJK RENDEMENT 245
A. Doelstelling 247
B. Toepassingsgebied 247
C. Procedure 250
VIII. RECHTSBESCHERMING 253
A. Raad van State als bevoegd bestuursrechtscollege 255
B. Aanvechtbaarheid beslissing van de dienst Mer 255
C. Specifieke aandachtspunten bij de annulatieprocedure 256
1) Belang 256
2) Aanvang van de beroepstermijn 257
D. Vereiste van spoedeisendheid bij de schorsingsprocedure 258
E. Rechtsgevolgen van een arrest 259
GEBRUIKTE AFKORTINGEN 261
TREFWOORDENREGISTER 265
 

Bibliotheek Omgevingsrecht

MEER INFO

Heeft u vragen over deze reeks? Mail naar abonnementen@diekeure.be.


Pieter-Jan Defoort is sinds 2007 als advocaat actief bij LDR. Hij legt zich toe op adviesverlening, overlegprocedures, beroepsprocedures en procedures voor de Raad van State en voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen over stedenbouwkundige vergunningen, verkavelingsvergunningen en ruimtelijke planningdossiers (onder meer structuurplannen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, planologische attesten, bijzondere plannen van aanleg, stedenbouwkundige verordeningen).

Hij is co-hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw (TROS), zetelt in het kernteam van het tijdschrift STORM, en zit tevens in de redactie van het geannoteerde Wetboek Ruimtelijke Ordening (die Keure).

Publicaties in de kijker

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief