Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Statut et déontologie du magistrat

Op voorraad
633 p.
2020
Boek
Editor(s): De Riemaecker Xavier, Van Ransbeeck Raf
Auteur(s): Blockx Frédéric, Jean de Codt, De Riemaecker Xavier, De Ryck Geert, Denoyelle Christian, Dernicourt Erwin, Dupré Isabelle, Englebert Jacques, Flo Jelle, Franquinet Marie-Anne, Guissart Alain, Ria Janvier, Kittel Axel, Louveaux Hervé, Mallien Michaël, Koenraad Moens, Mougenot Dominique, Slechten Carl, Taelman Piet, Thiriar Pierre, van Drooghenbroeck Jean-François, Sébastien Van Drooghenbroeck, Guido Van Limberghen, Aloïs Van Oevelen, Raf Van Ransbeeck, Jan Velaers, Stijn Verbist

L’organisation judiciaire n'a cessé, depuis la réforme importante du pouvoir judiciaire en 1999, de subir des réformes, ce qui a incité l’Institut de formation judiciaire et les doyens des différentes Facultés de droit de Belgique à prendre l’initiative de rééditer cet ouvrage.

L’objectif poursuivi est de donner une image complète du statut du magistrat plus spécialement à l’attention de ceux qui souhaitent embrasser la profession et de ceux qui y œuvrent déjà. Cet ouvrage leur permettra de mieux connaître leur statut et donc leur contexte de travail.

Cette étude est principalement axée sur le statut des magistrats du siège et du ministère public mais aborde également lors de l’examen de certaines composantes de ce statut l’incidence des règles statutaires à l’égard des conseillers-juges sociaux, des juges consulaires, des juges et conseillers suppléants, voire des juristes de parquet amenés à devoir siéger au tribunal de police.

À côté des garanties fondamentales accordées par le Constituant au pouvoir judiciaire et à ceux qui le composent – les magistrats tant du siège que du ministère public –, le statut recouvre les notions d’organisation et de fonctionnement de ces membres, le mode de recrutement, les promotions, la hiérarchie et les incompatibilités. Il vise également la déontologie professionnelle, les droits sociaux, l’application particulière de la loi pénale aux magistrats, l’action disciplinaire ainsi que la responsabilité des magistrats.

Chacune des notions précitées fera l’objet d’une approche détaillée dans le cadre de cette étude, arrêtée au 1er juin 2019.

ISBN 9782874035784 - Bestelcode 206206200
Statut et déontologie du magistrat
€ 79,00

L’organisation judiciaire n'a cessé, depuis la réforme importante du pouvoir judiciaire en 1999, de subir des réformes, ce qui a incité l’Institut de formation judiciaire et les doyens des différentes Facultés de droit de Belgique à prendre l’initiative de rééditer cet ouvrage.

L’objectif poursuivi est de donner une image complète du statut du magistrat plus spécialement à l’attention de ceux qui souhaitent embrasser la profession et de ceux qui y œuvrent déjà. Cet ouvrage leur permettra de mieux connaître leur statut et donc leur contexte de travail.

Cette étude est principalement axée sur le statut des magistrats du siège et du ministère public mais aborde également lors de l’examen de certaines composantes de ce statut l’incidence des règles statutaires à l’égard des conseillers-juges sociaux, des juges consulaires, des juges et conseillers suppléants, voire des juristes de parquet amenés à devoir siéger au tribunal de police.

À côté des garanties fondamentales accordées par le Constituant au pouvoir judiciaire et à ceux qui le composent – les magistrats tant du siège que du ministère public –, le statut recouvre les notions d’organisation et de fonctionnement de ces membres, le mode de recrutement, les promotions, la hiérarchie et les incompatibilités. Il vise également la déontologie professionnelle, les droits sociaux, l’application particulière de la loi pénale aux magistrats, l’action disciplinaire ainsi que la responsabilité des magistrats.

Chacune des notions précitées fera l’objet d’une approche détaillée dans le cadre de cette étude, arrêtée au 1er juin 2019.


Inhoudstafel

Introduction générale

Partie générale
La place du pouvoir judiciaire dans l'État et son corollaire: l'indépendance des magistrats
Chapitre 1er. L'indépendance institutionnelle
Chapitre 2. L'indépendance fonctionnelle des magistrats

Partie spéciale
Titre 1er. L'accès à la magistrature et l'évolution de la carrière du magistrat
Titre 2. Démocratie interne : rang préséance hiérarchie
Titre 3. Poursuites contre les magistrats
Titre 4. Statut financier des magistrats : traitement, suppléments de traitement et primes
Titre 5. Statut social
Titre 6. Déontologie et discipline
Titre 7. Droit disciplinaire des magistrats
Titre 8. Responsabilité professionnelle
 
> Voir la table des matières complète ici. 

Stijn Verbist is als doctor-assistent verbonden aan de Universiteit Hasselt alwaar hij Publiek Recht en Overtuigingsleer doceert, en samen met professor Peter Schollen Rechtsbescherming tegen de overheid. Vanaf 2014 doceert hij als gastspreker aan de VUB notarieel bestuursrecht.

Hij is co-hoofdredacteur van het “Tijdschrift voor Deontologie en Tuchtrecht” en zetelt in de redactieraden van “TBO”, “TROS” en “CABG”. Hij doet voornamelijk onderzoek inzake publiek procesrecht, tuchtrecht, overheid en eigendom, aansprakelijkheidsrecht en overtuigings- en argumentatieleer.

Koenraad Moens is Raadsheer aan het Hof van Cassatie.

Raf Van Ransbeeck behaalde zijn diploma van kandidaat in de rechten (1989-1991) aan UFSIA – Antwerpen, zijn licentiaat in de rechten (1991-1994) aan UIA – Antwerpen en zijn doctoraat in de rechtsgeleerdheid (2005) aan KUBrussel.

Vervolgens werd hij doctor-assistent aan de KUBrussel (2005 – 2010) en geaffilieerd onderzoeker aan het Centrum Verbintenissenrecht van de KU Leuven (2009 tot heden). Hij was tijdelijk deeltijds docent HUB-KUBrussel (2010 tot 2013) en is momenteel tijdelijk deeltijds docent aan de Campus Brussel van de KU Leuven (2013 tot heden).

Van Ransbeeck was tevens rechter in de Rechtbank van koophandel te Brussel (2006-2012) en is momenteel raadsheer aan het Hof van beroep te Brussel (2012 tot heden). Sinds eind 2015 is hij directeur van het IGO.

Aloïs Van Oevelen was na de voltooiing van zijn rechtenstudie (KU Leuven, 1975) eerst advocaat bij de balie te Antwerpen (1975-1977) en nadien assistent aan het departement rechten van de Universiteit Antwerpen (1977-1984), waar hij in 1984 promoveerde tot doctor in de rechten op een proefschrift over "De overheidsaansprakelijkheid voor het optreden van de rechterlijke macht" . Dit proefschrift werd bekroond met de Prijs van het Belgisch Instituut voor Bestuurswetenschappen 1985 en met de Fernand Collin-Prijs 1988.

In 1984 werd hij aan de Universiteit Antwerpen benoemd tot docent, nadien tot hoofddocent (1992) en vervolgens hoogleraar (1994) en gewoon hoogleraar (1997). Aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen doceert hij thans "Verbintenissenrecht" (tweede bachelor), "Bijzondere overeenkomsten" (derde bachelor) en "Grondige studie verbintenissen- en overeenkomstenrecht" (master).

Aan het Departement en de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen oefende hij verschillende beleidsfuncties uit, waaronder die van academisch secretaris (1984-1987), voorzitter van de curriculumcommissie (1993-1997), facultaire coördinator van de onderwijsvisitatie rechten (1995-1996), departements- en faculteitsvoorzitter (1997-2001) en co-voorzitter van het Centrum voor Beroepsvervolmaking in de Rechten (CBR) (2001-2012). Thans is hij onderzoeksleider van de onderzoeksgroep “Rechtshandhaving” (sinds 2009) en voorzitter van de examencommissie van de masteropleiding in de rechten (sinds 2006). Aan de Universiteit Antwerpen is hij voorzitter van de Werkgroep Postacademische Vorming (sinds 2005).

Hij publiceerde verschillende boeken en talrijke wetenschappelijke bijdragen over diverse onderwerpen in de domeinen van het algemeen verbintenissenrecht, het aansprakelijkheidsrecht en de bijzondere overeenkomsten.

Sinds 1994 is hij lid van de redactie van het “Rechtskundig Weekblad”. Sedert 1 september 1998 is hij hoofdredacteur.

Guido Van Limberghen studeerde rechten (1984), notariaat (1985) en sociaal recht (1986) aan de Vrije Universiteit Brussel. In 1990 promoveerde hij aan dezelfde universiteit tot doctor in de Rechten met een proefschrift getiteld “Pensioenen van Belgen in het buitenland”.

Van 1985 tot 1991 was hij assistent aan de Vrije Universiteit Brussel. Sinds 1992 is hij voltijds professor aan dezelfde universiteit. Van 2008 tot 2014 is hij decaan van de Faculteit Recht en Criminologie.

In 1991 werd hij advocaat aan de balie te Brussel in het kantoor De Bandt, Van Hecke, Lagae, thans Linklaters. In 2013 vervoegde hij het kantoor Verbist & Vanlerberghe Omega Law te Antwerpen. Hij is actief in het domein van het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht en auteur van publicaties.

Jean de Codt est le Premier Président de la Cour de Cassation.

Sébastien Van Drooghenbroeck is professor aan de Université Saint-Louis, waar hij lesgeeft in de bronnen en beginselen van het recht, het staatsrecht en verschillende cursussen in verband met het mensenrechtenrecht. Hij is ook assessor bij de sectie Wetgeving van de Raad van State.

Jan Velaers is gewoon hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Antwerpen, assessor in de afdeling Wetgeving van de Raad van State en lid van de Commissie van Venetië van de Raad van Europa. Hij publiceerde over de verschillende delen van het staatsrecht.

Ria Janvier is als gewoon hoogleraar verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoekspecialisatie bevindt zich op het snijpunt van het ambtenarenrecht, het socialezekerheidsrecht en het arbeidsrecht, aangevuld met inzichten vanuit het personeelsmanagement in de publieke sector. Zij is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Sociaal Recht en lid van onder andere de Academische Raad (voor pensioenen).

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief