Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Het Nederlands in België vs het Nederlands in Nederland

Wij Belgen verschillen niet alleen op cultureel vlak van onze noorderburen. Ook ons taalgebruik verraadt meteen of we van het noordelijke of het zuidelijke deel van het taalgebied afkomstig zijn.

Bijvoorbeeld: in Nederland is sinaasappelsap niet zomaar sinaasappelsap, maar ‘jus d’orange’. Geef er nog een sterk vernederlandste uitspraak aan en klaar is Kees! Er zijn zo nog heel wat andere termen en uitdrukkingen die soms voor verwarring zorgen wanneer een Nederlander en een Belg met elkaar communiceren. Dankzij onderstaande lijstjes bereid je je leerlingen alvast goed voor op een tripje naar het Noorden.

Standaardtaal in België vs standaardtaal in Nederland

Voor sommige woorden die we in België gebruiken, is in Nederland een ander woord of een andere uitdrukking gebruikelijk. Belgen kennen vaak de Nederlandse variant niet en vice versa. Hieronder vind je enkele voorbeelden:

standaardtaal in België

standaardtaal in Nederland

confituur

jam

containerpark

milieupark

croque-monsieur

tosti

fluisterasfalt

zoab (zeer open asfaltbeton)

lintmeter

centimeter

de kat bij de melk zetten

de kat op het spek binden

dubbel en dik

dubbel en dwars

poets wederom poets

leer om leer

uit de biecht klappen

uit de school klappen

zo oud als de straat

zo oud als de weg naar Kralingen

vijgen na Pasen

mosterd na de maaltijd

Bron: de Taaltelefoon

Belgisch-Nederlands vs algemene tegenganger 

Veel Belgisch-Nederlandse woorden en uitdrukkingen hebben een tegenhanger die in het hele taalgebied standaardtaal is. Deze uitdrukkingen zijn niet fout, maar een Nederlander zal de Vlaamse variant vermoedelijk niet begrijpen.

standaardtaal in België

standaardtaal in het hele taalgebied

gelijkaardig

soortgelijk, gelijksoortig, vergelijkbaar

inox

roestvrij staal

luidop

hardop

valavond

avondschemering, vooravond, zonsondergang

andere katten te geselen hebben

wat anders aan zijn hoofd hebben

dat is een ander paar mouwen

dat is andere koek, heel wat anders

een boontje voor iemand hebben

een zwak, een voorliefde voor iemand hebben

met iets verveeld zitten

met iets in zijn maag zitten, met iets zitten

niet meer weten van welk hout pijlen te maken

met de handen in het haar zitten, ten einde raad zijn

Bron: de Taaltelefoon

Betekenisverschil

Er zijn natuurlijk ook woorden en combinaties die in Nederland een andere betekenis hebben dan in België.

 

betekenis in België

betekenis in Nederland

academicus

universiteitsmedewerker

iemand met een universitaire opleiding

bank

hard zitmeubel

hard of zacht zitmeubel (bijvoorbeeld ook een sofa)

enerverend

op de zenuwen werkend, irritant

op de zenuwen werkend, irritant; maar heeft ook een positieve betekenis: opwindend, spannend

lopen

gaan, stappen; maar ook rennen

alleen gaan, stappen

voortvarend

lichtvaardig, onbezonnen

energiek, doortastend

aan de weg timmeren

bezig zijn met een werk van lange adem

in het oog lopen, de publiciteit zoeken

het mes snijdt aan twee kanten

er zitten ook negatieve kanten aan

het levert voordeel op voor beide partijen

met een sisser aflopen

de verwachtingen niet inlossen, mislukken (teleurstelling)

geen ernstige gevolgen hebben, minder erg aflopen dan men had gevreesd (opluchting)

Bron: de Taaltelefoon

Meer inspiratie voor de les Nederlands?

Onze methode BOON biedt een nieuwe kijk op het vak Nederlands. Het is een doelgerichte methode Nederlands met een frisse en actuele inhoud. BOON richt zich tot leerkrachten die doelbewust afwisselen tussen leerkrachtgestuurd en leerlinggestuurd onderwijs.

ONTDEK BOON »

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief