Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Structuur en opbouw

Diabolo

Audace is opgebouwd volgens het Diabolo-concept, het nieuwe didactische model van die Keure. Elke module start met een intro: een korte activiteit die de interesse wekt, motiveert en verbindt met de wereld. Daarna volgt het midden: een reeks lesactiviteiten waarmee je instructie geeft, oefent en differentieert naar tempo en niveau. Op het einde volgt de klassieke toets. Tot slot is er de outro: een activiteit die de transfer maakt en de leerlingen dat wat ze geleerd hebben laat toepassen in een nieuwe context.

Opbouw van een module

Voor elk leerjaar voorziet Audace 7 modules. Elke module focust op één tekstsoort. Alle opdrachten en onderwerpen zijn ingebed in deze tekstsoort. Elke module heeft een doorlooptijd van vier lesweken: drie instructie- en oefenweken en één transferweek.  

  • Tijdens de instructie- en oefenwekenverwerven en verwerken de leerlingen de leerinhouden.
    • De module start telkens met de départ: een intro die de interesse en de verwondering van de leerlingen wekt.
    • Daarna volgt het parcours: de instructie en inoefening van de verschillende leerinhouden.
  • De transferweek omvat een toets en een transferopdracht: de expédition. De expédition is een concrete communicatieve opdracht die de methode op een innovatieve en uitdagende manier afsluit. Na de instructie- en oefenweken zijn de leerlingen goed voorbereid om deze expeditie tot een goed eind te brengen. Deze betekenisvolle opdracht vormt de synthese van alles wat in de module geleerd en geoefend is en maakt de transfer.

Spiraalaanpak

Elke module voegt nieuwe kennis en facetten van de verschillende vaardigheden toe. We bouwen  telkens verder op wat eerder is verworven, zowel binnen een module als over de modules heen. De leerling herhaalt, breidt uit en past toe in een nieuwe, andere context. De kortere gehelen maken het mogelijk om breder en vroeger in het traject te evalueren en onderweg te remediëren of te verdiepen waar nodig.

Taalsysteem

De regels en kenmerken van het Frans brengen we waar mogelijk geïntegreerd aan. Maar aangezien het gaat om het verwerven van een tweede taal, krijgen heel wat onderwerpen aparte aandacht via een cursorische aanpak.

Op POLPO zijn er online oefeningen om de grammatica te automatiseren.

Woordenschat

De woordenschat wordt per logisch woordveld aangebracht en ingeoefend aan de hand van authentiek materiaal. We vertrekken steeds van de voorkennis en stimuleren het gebruik van woordenschatstrategieën, zodat leerlingen vlot nieuwe woorden bijleren zonder ze klakkeloos te moeten studeren.

De actief te kennen woordenschat bieden we aan door middel van een carte mentale, die de woorden afbeeldt op een aantrekkelijke illustratie met het Franse woord erbij. In de module zelf bieden we geen woordenlijsten. Op POLPO vinden de leerlingen per module wel een lijst met de vertaling en een contextzin.

In de module voorzien we heel wat oefeningen en op POLPO bieden we extra oefenmateriaal aan om de woordenschat te automatiseren.

Differentiatie

Zowel in de module als digitaal op POLPO bieden we materiaal aan om te differentiëren op interesse. Leerlingen kiezen bijvoorbeeld uit een aanbod de tekst die hen het meeste boeit.

Daarnaast is er ook een aanbod om te differentiëren op tempo en op niveau, digitaal op POLPO. Hier bieden we zowel moeilijker als makkelijker tekstmateriaal om te remediëren en te verdiepen.

Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben bij het lezen, bieden we op POLPO ook de audioversie van de teksten in de module aan.

Evaluatie

Audace voorziet zowel permanente evaluatie als een klassieke toetsing op het eind van elke module.

De brede evaluatie tussendoor geeft inzicht in de vorderingen van de leerling tijdens de instructieweken en stuurt de binnenklasdifferentiatie. Afhankelijk van de activiteit gebeurt die evaluatie door de leerkracht, een medeleerling of de leerling zelf, voornamelijk aan de hand van observatie.

Bij het begin van  de transferweek, op het einde van de module, is er de klassieke toetsing. We voorzien een taalbeschouwingstoets en een vaardigheidstoets. Zowel het kennen als het kunnen komen aan bod. Het kennen toetsen we in een geslotenboektoets. We bevragen hier enkel het begrippenkader zoals die in het vademecum is opgenomen. Het kunnen toetsen we aan de hand van een openboektoets waarbij leerlingen het vademecum mogen gebruiken. We vragen dan bijvoorbeeld om bepaalde strategieën toe te passen.

Ook de transferopdracht, de expédition, wordt geëvalueerd. We besteden hierbij aandacht aan zowel het proces als het product.

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief