Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Didactiek

Aanpak

De aanpak van Matti en Mona is gebaseerd op de TPR-methode (Total Physical Response) van James Asher om een tweede taal te verwerven. De TPR-methode vertrekt van de manier waarop kinderen hun moedertaal verwerven, namelijk leren al doende. De leerkracht geeft opdrachten en de leerlingen voeren uit. In het begin luisteren de leerlingen vooral, daarna komen ze spontaan tot spreken. De leerlingen maken zich de nieuwe taal eigen door handelingen, spelletjes en ervaringen.
In Matti en Mona is het heel belangrijk om spreekdurf te creëren in een ontspannen sfeer.

Verschillende niveaus

Matti en Mona is zo opgebouwd dat je zelf kunt kiezen of je in homogene groepen (leerlingen van niveau 1 en niveau 2 afzonderlijk) of in heterogene groepen (leerlingen van niveau 1 en niveau 2 samen) werkt.

Matti

 

Matti staat voor niveau 1. De focus ligt hier op het inoefenen van woordenschat en het koppelen van afbeeldingen met woordbeelden.

Mona

 

Mona staat voor niveau 2. Hier zien ze een uitgebreidere woordenlijst, leren ze sneller spreken in zinnen en krijgen ze reeds schrijfopdrachten.

De materialen zijn steeds uitgewerkt op twee niveaus. De opdrachten wijzen zichzelf uit, zodat het mogelijk is om diverse opdrachten uit beide niveaus te combineren. Het spreekt voor zich dat je de doelen van de individuele leerling voor ogen moet houden. Dat betekent dat je opdrachten van niveau 1 vooral geeft aan leerlingen van dat niveau en opdrachten van niveau 2 voornamelijk voorbehoudt voor de leerlingen die al wat verder staan. Er hoeft dus geen uiterlijk onderscheid te zijn tussen de twee groepen. Enkel jij weet wie welke doelen je moet nastreven. Zo kunnen bepaalde leerlingen meer woorden opnemen dan strikt voorzien en kunnen andere leerlingen de basisbegrippen nog eens herhalen.

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief