Je gebruikt een verouwderde browser. Upgrade je browser voor een betere surfervaring op deze website.

Didactiek

Het is belangrijk dat anderstalige nieuwkomers zo snel mogelijk een basiswoordenschat verwerven om vlot te functioneren in de klas en op school. Ze begrijpen de leerkracht, weten wat er van hen verwacht wordt, doen mee met de activiteiten en vertellen wat ze voelen. Ze begrijpen de verhalen, liedjes en versjes. Dit verhoogt het vertrouwen van het kind om zelf Nederlands te praten. Hoe groter de woordenschat van een kind, hoe gemakkelijker en sneller hij of zij nieuwe woorden leert.

Het verwerven van een uitgebreide Nederlandse woordenschat in de kleuterperiode is essentieel voor anderstalige nieuwkomers. Het bepaalt de startpositie van het kind aan het begin van het eerste leerjaar bij het leren lezen. Als kinderen leren lezen met een beperkte woordenschat, moeten ze twee verschillende dingen tegelijk doen: onbekende woorden begrijpen en leren én het schrift leren en begrijpen. Dit vraagt vaak teveel van een kind, waardoor er snel leerachterstand ontstaat.

Voorlezen

Pimpampoen is een instrument om Nederlands niet alleen in de klas, maar ook thuis te oefenen. Voorlezen staat hierbij centraal. Het is de bedoeling dat de kinderen het boek samen met hun ouders lezen. Voorlezen vergroot de woordenschat en helpt kinderen om te luisteren en zich beter te concentreren. Kinderen leren dat lezen leuk is en gaan later ook zelf meer lezen. Kortom, hoe vroeger je begint met voorlezen, hoe groter de voordelen. Bovendien versterkt voorlezen de band tussen ouders en kinderen. Het is een gezellig en leuk moment.

Het voorlezen is ook een manier om de ouders op een spontane manier bij het schoolgebeuren te betrekken. Het biedt ouders de mogelijkheid om zelf Nederlands te oefenen en/of nieuwe woorden te verwerven.

Woorden

De woorden in pimpampoen komen uit de school- en leefomgeving van de kleuter. De woordenlijsten zijn gebaseerd op de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters (BAK). De lijst werd in 2009 ontwikkeld en uitgegeven door het Instituut voor Taalonderzoek en Taalonderwijs Anderstaligen (ITTA). De lijst is een instrument om taalachterstanden bij kinderen met een niet-Nederlandstalige achtergrond weg te werken en bestaat uit basis- en uitbreidingswoorden die een kind op de leeftijd van 5 tot 6 jaar zou moeten kennen.

Blijf op de hoogte en schrijf je in op onze nieuwsbrief