|
|
| | Home | Business & Economics | Educatief | Drukkerij | Contact | Locatie | |
 |
|
 |
gewone prijs : € 98,00
abonnement : € 71,00
|
LEIDINGEN VOOR NUTSVOORZIENINGEN
beschrijving
DOELSTELLING De leidingsector is in volle evolutie. Over heel het land worden straten en pleinen opengebroken om nieuwe netwerken voor elektriciteit, gas, telecommunicatie en kabeldistributie aan te leggen. Door de liberalisering van verschillende nutsvoorzieningen vatten naast de vertrouwde bedrijven ook nieuwkomers werken aan. Dit boek gaat als eerste op zoek naar het juridische statuut van werken voor nutsvoorzieningen. Waar wordt de kabel aangelegd? Welke toelatingen moeten verkregen worden? Welke rechten verlenen deze toelatingen? Wat gebeurt er als er schade optreedt? Wie is er aansprakelijk? Waarop moet gelet worden bij het uitvoeren van werken? Op deze en tal van andere vragen probeert dit werk een antwoord te bieden. Het is dan ook een onmisbaar instrument voor iedereen die geconfronteerd wordt met de problematiek van leidingen voor nutsvoorzieningen: de openbare besturen, nutsbedrijven, aannemers, architecten, advocaten, maar ook de burger die vaststelt dat er werken in zijn buurt worden uitgevoerd.
WERKWIJZE De auteurs hebben er expliciet voor gekozen om een zo ruim mogelijk overzicht te geven van de bestaande regelgeving inzake elektriciteit, gas, telecommunicatie en kabeldistributie vanuit juridisch oogpunt bekeken. Er wordt rekening gehouden met de bestaande wetgeving, gepubliceerde rechtspraak en rechtsleer.
INHOUD Het werk is opgedeeld in vier delen, die elk een onderlinge consistentie hebben. In het eerste deel wordt vertrokken vanuit het statuut van het openbaar domein en wordt dieper ingegaan op het statuut van de openbare wegen. In het tweede deel worden de verschillende sectorspecifieke bepalingen opgenomen: de elektriciteitssector, de gassector, de telecommunicatiesector, de kabeltelevisiesector en tot slot volgt een korte bespreking van de Wet van 1938 die betrekking heeft op het gebruik van het openbaar domein door verschillende overheden, zonder zich daarom specifiek tot één bepaalde sector te beperken. In deel 3 worden de verschillende bepalingen besproken die verbonden zijn aan de leidingen zelf. Er wordt aandacht geschonken aan het statuut zelf van de leidingen en de verschillende initiatieven die Vlaamse steden en gemeenten de laatste jaren genomen hebben. Het laatste deel is gewijd aan de verschillende beschermingsbepalingen: de regelgeving omtrent de bescherming van de leidingen, de maatregelen met betrekking tot de openbare weg en de bepalingen met betrekking tot de bescherming van de omgeving in de meest brede zin van het woord.
DOELPUBLIEK Deze uitgave is hét juridische standaardwerk betreffende leidingen en netwerken voor juristen, ambtenaren op verschillende niveaus, aannemers, intercommunales, instellingen van openbaar nut, overheidsbedrijven, ... |
Inhoudstafel
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN 1. HET PRIVATIEF GEBRUIK VAN HET OPENBAAR DOMEIN 1.1. Inleiding 1.2. Openbaar en privaat domein 1.3. Goederen die deel uitmaken van het openbaar domein 1.4. Statuut van het openbaar domein 1.5. Privatieve ingebruikname van het openbaar domein 1.6. Domeinvergunningen, wegvergunningen en stationeervergunningen 1.7. Privaatrechtelijke rechtsfiguren 1.8. Erfdienstbaarheden 2. WEGEN 2.1. Inleiding 2.2. Definitie 2.3. Onderscheid 2.4. Bevoegdheid 2.5. Aanleg van wegen 2.6. Schade aan de wegen 2.7. Trottoirs, een speciaal geval?
HOOFDSTUK II. SECTORSPECIFIEKE BEPALINGEN 1. ELEKTRICITEIT 1.1. Inleiding 1.2. Bevoegdheidsverdeling 1.3. Wet van 29 april 1999 1.4. Gewestelijke invulling van Richtlijn 96/92 1.5. De Wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening 1.6. Leggingsrechten in het licht van de nieuwe wetgeving 2. GAS 2.1. Inleiding 2.2. Bevoegdheidsverdeling in het federale België 2.3. Toepassingsgebied van de Wet van 12 april 1965 2.4. De organisatie van de gasvervoermarkt 2.5. Gebruik van het openbaar domein 2.6. De organisatie van de gasdistributiemarkt 3. TELECOMMUNICATIE 3.1. Inleiding 3.2. Ontwikkeling 3.3. Bevoegdheid 3.4. Wettelijk kader 3.5. Institutioneel kader 3.6. Vergunningenstelsel 3.7. Bijzondere rechten 4. KABELTELEVISIE 4.1. Inleiding 4.2. Bevoegdheidsverdeling 4.3. Algemeen kader voor vergunningen 4.4. Bijzondere rechten 5. WET VAN 17 JANUARI 1938 5.1. Inleiding 5.2. Toepassingsgebied 5.3. Bijzonder recht 5.4. Aard van het recht 5.5. Procedure
HOOFDSTUK III. LEIDINGSPECIFIEKE BEPALINGEN 1. STATUUT VAN EEN NETWERK 1.1. Inleiding 1.2. Onroerende goederen 1.3. Openbaar domein 1.4. Wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut 1.5. Geen bijzondere rechten 2. PRIVATE EIGENDOM 2.1. Rechtspositie van het nutsbedrijf 2.2. Recht van uitweg voor ingesloten erven 2.3. Sectorspecifieke wetgeving 3. VERPLAATSING VAN LEIDINGEN 3.1. Wettelijke regeling 3.2. Problemen 3.3. Werken op private eigendom 3.4. Bescherming van het telecommunicatienet tegen elektrische lijnen 3.5. Interferentie tussen telecommunicatie en kabeltelevisie 4. GEMEENTELIJKE REGLEMENTEN 4.1. Inleiding 4.2. Bevoegdheid 4.3. Modelreglement 4.4. Convenanten 4.5. Combinatie Samenwerkingsovereenkomst en gemeentlelijk reglement (model Ninove) 4.6. Brussel 4.7. Synthese
HOOFDSTUK IV. BESCHERMINGSMAATREGELEN 1. BESCHERMING VAN LEIDINGEN 1.1. Inleiding 1.2. Wetgeving 1.3. Rechtsleer en rechtspraak 1.4. Op wie rust de raadplegingsplicht? 1.5. Contractuele bepalingen in het kader van overheidsopdrachten 1.6. Overeenkomsten BVVO - FIGAS/CETS/RTT e.a. 2. BESCHERMING VAN DE WERF 2.1. Algemeen wettelijk kader 2.2. Toepassingsgebied van artikel 78 Wegcode 2.3. Op wie rust de verplichting tot signalisatie van werken? 2.4. Duur van de verplichting tot markering 2.5. Wijze van signaleren 2.6. Gevolgen van ontbrekende of onvoldoende signalisatie 3. RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDENBOUW 3.1. Inleiding 3.2. Bevoegdheidsverdeling 3.3. Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw 3.4. Decreet van 16 april 1996 betreffende de waterkeringen 3.5. Decreet van 21 oktober 1997 houdende het natuurbehoud en het natuulijk milieu 3.6. Bescherming van Monumenten: Decreet van 3 maart 1976 3.7. Decreet van 16 april 1996 houdende de bescherming van landschappen 3.8. Archeologisch Patrimonium
BESLUIT |
|
|
|
|
 |
 |
|